In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt vastgelegd:
welke individuele voorziening verstrekt wordt;
de ingangsdatum en duur van de verstrekking;
de termijn van twaalf maanden waarbinnen de jeugdige en/of zijn ouder zich moet melden bij een jeugdhulpaanbieder;
of de voorziening in natura of als PGB wordt verstrekt, en indien van toepassing;
welke andere voorzieningen en/ of oplossingen relevant zijn of kunnen zijn.
Het ondersteuningsplan kan deel uitmaken uit van de beschikking.
Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een PGB vermeldt de beschikking naast de in lid 1 genoemde zaken bovendien:
de hoogte van het PGB en hoe deze is bepaald;
de wijze van verantwoording van de besteding van het PGB;
De termijn van twaalf maanden waarbinnen de jeugdige en/of zijn ouders een aanvang moet nemen met het inzetten van het PGB als bedoeld in artikel 6 lid 6.
Bij de beschikking wordt informatie verstrekt over de rechten en de plichten van de jeugdige en zijn ouders op grond van de Jeugdwet, de verordening en de nadere regels.
Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is een beschikking te heroverwegen en kan hierover nadere regels stellen.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 2.
Artikel 7.
Inhoud en geldigheidsduur beschikking
Onderdeel van VERORDENING JEUGDHULP GEMEENTE MEIERIJSTAD 2020