Naar hoofdinhoud
Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen die worden geheven van gebruikers van niet-woningen respectievelijk bedrijfsruimten, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: 3.1 degene die een nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft; 3.2 degene die bij de [uitvoerende dienst/afdeling] reeds als belastingplichtige in de administratie voorkomt; 3.3 degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.

Rechtspraak bij dit artikel