Met betrekking tot de hondenbelasting wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:
5.1 degene die de nutsvoorziening van het object waar de hond wordt gehouden, op naam heeft;
5.2 degene die de huur van het object waar de hond wordt gehouden, betaalt aan een elders wonende verhuurder;
5.3 degene die het grootste deel van het object waar de hond wordt gehouden, gebruikt;
5.4 degene die het langst in het object waar de hond wordt gehouden, woont;
5.5 degene die het object waar de hond wordt gehouden, het langst gebruikt;
5.6 de oudste, in geval van gelijktijdige vestiging in het object waar de hond wordt gehouden;
5.7 degene die op andere wijze als houder van de hond naar voren komt.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Beleidsregels voor het aanwijzen van belastingplichtige in een keuze situatie