1. Een voorziening als bedoeld in de artikelen 4, 5, 7 en 8 is tijdelijk en bedoeld voor een periode van maximaal 10 jaar.
2. Ten behoeve van realisatie van een huisvestingsvoorziening kan een tijdelijke omgevingsvergunning worden aangevraagd als bedoeld in artikel 4 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Een uitzondering hierop vormt huisvesting in de recreatieve sector als bedoeld in artikel 5 lid 2 en artikel 8 lid 2. Hiervoor is een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad vereist.
3. Een aanvraag omgevingsvergunning voor een huisvestingsvoorziening wordt in ieder geval geweigerd indien naar het oordeel van het college één of meerdere van de volgende aspecten in onevenredige mate worden aangetast of belemmerd:
de gebruiksmogelijkheden van de omliggende functies;
het woon- en leefklimaat van de omgeving van de accommodatie;
de kwaliteit van het landschap;
de verkeersontsluiting en de parkeersituatie;
de milieu-hygiënische kwaliteit, waterhuishouding, externe veiligheid en de impact op en de aanwezigheid van nutsvoorzieningen (zoals bijvoorbeeld riolering).
4. Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een huisvestingsvoorziening wordt door initiatiefnemer onderbouwd hoe het initiatief bijdraagt aan het realiseren van de doelen uit de Toekomstagenda Asten2030. Indien naar het oordeel van het college niet tenminste een bijdrage wordt geleverd aan twee van de vier doelen uit de Toekomstagenda wordt de aanvraag omgevingsvergunning geweigerd.
5. De initiatiefnemer is verplicht een omgevingsdialoog te organiseren met omwonenden. De initiatiefnemer stelt hiervoor een communicatieplan op, zoals bedoeld in paragraaf 6.2 van de Beleidsnotitie Arbeidsmigranten 2020. Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt hiervan een schriftelijk verslag overgelegd, dat in ieder geval de gelopen procedure en de uitkomsten van deze omgevingsdialoog beschrijft.
6. De aanvraag om een omgevingsvergunning voor het huisvesten van arbeidsmigranten, als bedoeld in artikel 7, wordt geweigerd indien dit tot gevolg heeft dat er een onevenwichtige woningvoorraad ontstaat dan wel dat het aantal goedkopere woningen binnen de woningvoorraad wordt aangetast waardoor starters verminderd kans op een woning hebben, een en ander naar het oordeel van de gemeente.
Paragraaf 4:
Artikel 14:
Omgevingsvergunning
Onderdeel van Beleidsregels Arbeidsmigranten gemeente Asten 2020