1. Het bevoegd gezag trekt de omgevingsvergunning voor afwijking in wanneer een van de volgende situaties van toepassing is:
Er is binnen 26 weken geen uitvoering gegeven aan de verleende omgevingsvergunning;
Er wordt niet meer voldaan aan de voorwaarden voor verlening van de omgevingsvergunning of indien in strijd met de omgevingsvergunning wordt gehandeld;
Indien er ten aanzien van de houder van de omgevingsvergunning al dan niet ten aanzien van de verleende vergunning een negatief advies op grond van de Wet Bibob is ontvangen.
2. De bevoegdheid tot intrekking, als bedoeld in lid 1 onder b, ontstaat in ieder geval als er tenminste driemaal een- of meerdere overtredingen zijn geconstateerd. Van het voorgaande kan worden afgeweken als de geconstateerde overtredingen van dien aard zijn dat uit de aard van de overtredingen of uit het gedrag van de overtreder niet te verwachten is dat de overtreding of de overtredingen zullen worden beëindigd dan wel dat geen nieuwe overtredingen zullen ontstaan.
Hoofdstuk
Artikel 17:
Intrekken omgevingsvergunning
Onderdeel van Beleidsregels Arbeidsmigranten gemeente Asten 2020