Een huisbezoek brengt een behoorlijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer voor de belanghebbende met zich mee. De persoonlijke levenssfeer wordt dan ook goed beschermd in regelgeving zoals het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) en de Grondwet. Een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is alleen gerechtvaardigd op grond van de in de wet gestelde beperkingen. Artikel 8, tweede lid EVRM stelt bijvoorbeeld dat een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer slechts is toegestaan als er een wettelijke grondslag is, het een legitiem doel dient en het noodzakelijk is (zie 4.2 en 4.3). Ook de Algemene wet op het binnentreden (Awbi) speelt, naast de Algemene wet bestuursrecht (hoofdstuk 5), een rol bij huisbezoeken in het kader van de Participatiewet en andere gemeentelijke sociale zekerheidsregelingen aangezien deze regelgeving zelf geen regels kent over het betreden van woningen.
De Awbi is ook van toepassing op medewerkers die een huisbezoek in het kader van de sociale zekerheid afleggen.
De uitgangspunten uit de diverse wetten waarin iets bepaald wordt over de toelaatbaarheid van huisbezoeken en de regels waaraan medewerkers zich moeten houden, worden in dit hoofdstuk aangegeven. Ook de verplichtingen van de belanghebbende in het kader van de Participatiewet komen aan de orde.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1
Inbreuk persoonlijke levenssfeer
Onderdeel van Protocol huisbezoek gemeente Kampen