Als er voorafgaande aan het huisbezoek géén gegronde reden bestond om redelijkerwijs te twijfelen aan de juistheid of de volledigheid van de door betrokkene voor het vaststellen van het recht op bijstand verstrekte gegevens, moet bij het vragen om toestemming tot binnentreden aan belanghebbende worden meegedeeld wat reden en doel voor het huisbezoek zijn én dat het niet meewerken aan het onderzoek geen directe consequenties heeft.
Slechts wanneer aan deze voorwaarden is voldaan, is sprake van ‘informed consent’. Als het huisbezoek dan geweigerd wordt, kunnen daaraan geen directe consequenties verbonden worden (bijvoorbeeld weigeren of beëindigen van de uitkering). Wel is het mogelijk het onderzoek naar de woonsituatie voort te zetten met andere middelen dan het huisbezoek. Gedacht kan worden aan een stelselmatige observatie. De bevindingen van dit onderzoek kunnen uiteindelijk alsnog leiden tot consequenties voor de persoon in kwestie. Ook kan een vervolgonderzoek er toe leiden dat alsnog concrete aanwijzingen ontstaan waardoor gerede twijfel ontstaat over de woonsituatie. Hierop kan alsnog een huisbezoek worden uitgevoerd als bedoeld onder 4.5.1.