Voorafgaand aan het gesprek doet het college eerst een vooronderzoek naar de al beschikbare informatie op het gebied van de Wmo binnen de gemeente. Daarna wordt het gesprek gevoerd. Hierbij stimuleren wij dat de cliënt zich tijdens het gesprek laat bijstaan door iemand uit zijn netwerk, de mantelzorger of een cliëntondersteuner. Uitgangspunt bij het gesprek is de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner om het probleem zelf of met steun van zijn omgeving op te lossen. De klantmanager Wmo is geschoold in het voeren van het gesprek.
Het gesprek is het uitgangspunt tijdens het uitgebreide onderzoek naar de situatie van de inwoner. Daarbij is aandacht voor:
De behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de inwoner;
Het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;
De mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp te voorzien in zijn behoefte;
De mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie;
De behoefte aan ondersteuning van de mantelzorger(s) van de inwoner;
De mogelijkheden om door middel van algemene (gebruikelijke) voorzieningen in de behoefte te voorzien aan maatschappelijke ondersteuning;
Dat bij een maatwerkvoorziening een eigen bijdrage van de inwoner gevraagd kan worden.
De inwoner kan voor de verstrekking van de maatwerkvoorziening kiezen tussen Zorg in Natura (ZIN) en een Persoonsgebonden Budget (PGB). Als een inwoner voor een PGB kiest, wordt uitgelegd hoe de procedure voor een PGB in werking treedt. Inwoners moeten vooraf goed weten wat het PGB inhoudt en welke verantwoordelijkheden zij of hun budgetbeheerder daarbij heeft.
Een inwoner dient een identificatiebewijs te tonen aan de persoon die het gesprek voert namens de gemeente. De identiteit kan worden vastgesteld aan de hand van een paspoort, identiteitsbewijs of rijbewijs.
Indien uit het gesprek blijkt dat een aanvraag door een ander bestuursorgaan behandeld moet worden of als de inwoner een verzoek heeft ingediend bij de verkeerde gemeente heeft de gemeente een doorzendplicht volgens de Algemene wet bestuursrecht (art. 2:3 Awb).
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 17
Het gesprek
Onderdeel van Beleidsregel Wet maatschappelijke ondersteuning 2020 gemeente Nissewaard