Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1

Artikel 71

Contra-indicaties tegen het verstrekken van een PGB

Onderdeel van Beleidsregel Wet maatschappelijke ondersteuning 2020 gemeente Nissewaard

Kiest de inwoner voor een PGB, dan is hij in principe ook de budgetbeheerder. Is hij minderjarig, niet budgetvaardig of handelingsonbekwaam, dan treedt een wettelijk vertegenwoordiger op als budgetbeheerder. Deze budgetbeheerder moet een aantoonbare relatie met de inwoner hebben. Als er een ernstig vermoeden is dat de budgetbeheerder problemen heeft met het omgaan met een PGB, wordt overwogen of een PGB wel de juiste leveringsvorm is voor de maatwerkvoorziening. De hierna beschreven situaties, zijn situaties waarbij het risico groot is dat het PGB niet besteed wordt aan het daarvoor bestemde doel, namelijk: de budgetbeheerder is handelingsonbekwaam, de budgetbeheerder beschikt niet over voldoende organisatie- en regelvermogen en verantwoordelijkheidsbesef de budgetbeheerder heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie. de budgetbeheerder woont in het buitenland, er is sprake van verslavingsproblematiek of schuldenproblematiek bij de budgetbeheerder, de budgetbeheerder is tegelijk zorgverlener (uitgezonderd ouder-kind), er is eerder sprake geweest van fraude of misbruik van het PGB. Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een PGB niet gewenst is. Deze situaties vereisen altijd een individuele afweging. In deze situaties kan een PGB worden geweigerd. Om een PGB af te wijzen op contra-indicaties, moet er een feitelijke onderbouwing zijn waarop het afwijzingsbesluit is gebaseerd. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld.

Rechtspraak bij dit artikel