Indien mogelijk dient de debiteur de vordering in één keer af te lossen.
Indien aflossing in één (1) keer niet mogelijk is, vindt de aflossing van de vordering in maandelijkse termijnen plaats, waarbij het college rekening houdt met de beslagvrije voet, totdat het gehele verschuldigde bedrag is terugbetaald.
Als de debiteur binnen Nederland staat ingeschreven in het Basisregistratie personen, wordt het aflossingsbedrag vastgesteld op een bedrag van € 150, voor zover de (bruto) vordering binnen 36 maanden volledig kan worden afgelost. Als dit niet haalbaar is, wordt op basis van een onderzoek een bedrag naar draagkracht vastgesteld.
Indien de debiteur zijn hoofdverblijf in het buitenland heeft of niet is ingeschreven in de Basisregistratie personen wordt geen onderzoek naar draagkracht gedaan en op basis van art. 475e Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en afgezien van het gebruik van een beslagvrije voet.
In gevallen waarbij de debiteur niet tijdig betaalt of een betalingsregeling niet nakomt, biedt het college door middel van een aanmaning een termijn om alsnog aan zijn betalingsverplichting te voldoen.
Indien het teruggevorderde bedrag niet vanzelf wordt terugbetaald, gaat het college over tot executie van de vordering en vaardigt hiertoe een dwangbevel uit.
Waar mogelijk gaat het college over tot verrekening van de vordering met (financiële) aanspraken die de persoon waarop de vordering is ontstaan, heeft op het college.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 79
Invordering
Onderdeel van Beleidsregel Wet maatschappelijke ondersteuning 2020 gemeente Nissewaard