Naar hoofdinhoud

Artikel 3

voorwaarden

Onderdeel van Regeling briefadres gemeente Eersel 2021

De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen. Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan: een geldig identiteitsbewijs; de schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is; een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever; een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 1. Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 2 en 4, is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van en woonadres niet wenselijk is. Als het briefadres noodzakelijk is op grond van artikel 2, lid 1 onder f en g, dient de noodzakelijkheid te blijken uit een onderliggend dossier. De briefadresgever die als ingezetene in de BRP ingeschreven staat, kan maximaal aan twee gezinshuishoudens of twee alleenstaanden toestemming geven een briefadres te houden. Lid 6 van dit artikel is niet van toepassing indien de briefadresgever het college van burgemeester en wethouders betreft of een door dit college aangewezen rechtspersoon (tabel 1), bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP. De contactpersoon van de rechtspersoon moet schriftelijk goedkeuring hebben gegeven voor deze aangifte. Een briefadres op grond van artikel 2, tweede en vierde lid, wordt uitsluitend toegekend op het adres van een rechtspersoon.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel