Jeugdigen en/of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag:
binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder geval wordt verstaan:
gebruikelijke hulp van ouders en hulp van andere personen uit het sociale netwerk;
voldoende financiële draagkracht om zelf de hulp te kunnen bieden;
het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten.
door gebruik te maken van een algemene voorziening, of;
door gebruik te maken van een andere voorziening.
Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige en/of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken:
als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en;
voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.
De voorziening als bedoeld in lid 2 kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 3 maanden vóór de aanvraag.
Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste en tweede lid.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.
Artikel 9.
Criteria individuele voorzieningen
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Oss 2020