Naar hoofdinhoud
Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot: het volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, welke haar toekomt ingevolge artikel 18a, vierde lid van de Pw, artikel 20a, vierde lid van de IOAW/IOAZ en artikel 2aa van de Boetebesluit sociale zekerheidswetten. het afzien van het opleggen van een boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, welke haar toekomt ingevolge artikel 18a, zevende lid van de Pw en artikel 20a, zevende lid van de IOAW/IOAZ. het geheel of gedeeltelijk kwijtschelden van een boete waarbij sprake is van normale of verminderde verwijtbaarheid bij medewerking door belanghebbende aan een schuldregeling overeenkomstig het gestelde in artikel 18a, dertiende en veertiende lid van de Pw en artikel 20a, dertiende en veertiende lid van de IOAW/IOAZ.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel