De aanvraag voor een woonvoorziening wordt geweigerd indien:
de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond en geen andere belangrijke reden aanwezig was;
de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college;
de aanvrager verhuisd is vanuit of naar een woonruime die ongeschikt is het gehele jaar door bewoond te worden,
verhuisd is naar een Wlz-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg,
er in de verlaten woonruimte geen problemen met het normale gebruik van de woning zijn ondervonden;
de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; of
hij betrekking heeft op voorzieningen voor een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw.
Artikel 2.6.1
Niet noodzakelijke verhuizing en andere beperkende voorwaarden
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Zwolle 2020