Binnen het kader van de Wmo zijn 2 soorten trainingen mogelijk in het leren omgaan met een vervoersvoorziening:
trainingen tijdens het adviestraject;
trainingen na aflevering van een voorziening.
Hierbij wordt uitgegaan van gemiddeld 3 trainingen per cliënt
Training tijdens het adviestraject
De training tijdens het adviestraject is bedoeld om te kunnen komen tot een goed inzicht in de motorische en cognitieve vaardigheden van een cliënt om zich met een vervoersvoorziening te verplaatsen. Na deze training wordt besloten of er tot verstrekking van een voorziening kan worden overgegaan.
De training is opgebouwd uit verschillende onderdelen:
technische voertuigbeheersing;
toetsen en/of trainen van het inzicht in het rijden.
Training na aflevering van een voorziening
Deze training is bedoeld om iemand vertrouwd te maken met een reeds verstrekte voorziening. Bij een elektrisch aangedreven hulpmiddel wordt er minimaal één rijles op locatie en in de woonomgeving van de cliënt gegeven. Tenzij de cliënt een geoefende gebruiker is en aangeeft hier geen gebruik van te willen maken.
2
Artikel 2.12
Training
Onderdeel van Beoordelingskader Hulpmiddelen, woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen