Artikel 2.9 geeft, in het kader van de vrijheid van meningsuiting, zeer beperkt ruimte voor “vergunningvrije” uitingen/optredens van een enkele persoon. Er zijn daarnaast twee categorieën kleinschalige kortdurende evenementen, die spontaan gehouden kunnen worden, mits er geen gevaar ontstaat voor de openbare orde, de veiligheid, de volksgezondheid en het milieu. De keuze voor een locatie is daarbij van belang. Dit wordt aan de burger zelf overgelaten, waarbij Stadstoezicht een begeleidende/sturende rol heeft.
We onderscheiden twee categorieën “vergunningvrije” evenementen:
Straatvermaak door een klein gezelschap van maximaal 2 uur en voor een beperkt publiek waarbij het geluid binnen de geluidsnormen van de APV blijft, zoals straatartiesten, een toneelgroepje, cabaret, dans, pantomime, living statue, sportdemo en dergelijke.
Onversterkte muziekvoorstellingen van maximaal 2 uur waarbij het geluidsniveau gemeten op de dichtst bijgelegen woning niet meer bedraagt dan 70 d(B)A en 83 d(B)C. Een locatie mag maximaal 2 keer per week door eenzelfde artiest/muziekgroep gebruikt worden. Deze categorie is bedoeld voor allerlei soorten orkesten, koren, muziekensembles, draaiorgels en dergelijke.
Een combinatie van 1 en 2 is mogelijk. In dat geval gelden de regels voor categorie 2. Voorwaarden “vergunningvrije” evenementen:
Het evenement mag geen gevaar opleveren voor de openbare orde en de veiligheid, de volksgezondheid en het milieu.
Er mogen alleen losse voorwerpen worden geplaatst die functioneel zijn voor de voorstelling en direct verwijderd kunnen worden.
Locaties die gebruikt worden liggen minimaal 100 meter van elkaar.
Als meerdere artiesten/groepen met elkaar afspreken om samen of achtereenvolgend op een locatie op te treden waarbij meer geluid wordt gemaakt dan de APV toestaat, dan gelden de regels voor categorie 2 voor hen gezamenlijk.
De Zondagswet moet worden nageleefd:
geen evenementen voor 13.00 uur op zondagen, Hemelvaartsdag en eerste Kerstdag;
in de nabijheid van kerken en andere gebouwen, waar een kerkdienst gaande is, geen lawaai veroorzaken dat hinderlijk is voor de godsdienstuitoefening.
5.2.1.Pilotperiode
Omdat mogelijke (neven)effecten op voorhand niet te overzien zijn, wordt er gedurende een proefperiode, tot 1 januari 2018, ervaring opgedaan. Er kan in die periode zo nodig worden bijgestuurd. Met dit beleidskader geven de burgemeester en het college aan dat zij tijdelijk niet zullen optreden tegen het zonder vergunning/ontheffing houden van kleinschalige kortdurende evenementen, mits een aantal regels wordt nageleefd. Na de pilot periode zal de raad voorgesteld worden de “vergunningvrije” evenementen in de APV door te voeren.
Artikel 5.2