Naar hoofdinhoud
Voorlichting en preventie staan bij dit beleid voorop. Mensen die toch gaan gebruiken en verslaafd raken, wordt goede zorg aangeboden dat in eerste instantie is gericht op de hulpverlening, waarbij wordt beoogd de gezondheid van deze personen zoveel mogelijk te verbeteren. Met het oog op de preventie heeft de wetgever een onderscheid gemaakt tussen drugs met onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid en drugs waarvan de risico’s minder groot worden geacht; het verschil tussen hard- en softdrugs. Dit onderscheid komt ook tot uitdrukking in de lijsten I en II van de bijlage bij de Opiumwet. Door in beperkte mate verkoop van softdrugs voor eigen gebruik te gedogen, wordt beoogd de markten van hard- en softdrugs gescheiden te houden om te voorkomen dat gebruikers van softdrugs in aanraking komen met harddrugs en het daarmee verband houdende criminele milieu. Het algemene belang, gericht op de bescherming van de volksgezondheid en handhaving van de openbare orde, kan om deze reden vóór het belang van de handhaving gaan. De verkoop van softdrugs wordt om deze reden onder strenge voorwaarden gedoogd en mag uitsluitend plaatsvinden in coffeeshops2 Aanwijzing Opiumwet.. Gedogen betekent in dit verband dat niet tegen de coffeeshop(exploitant) wordt opgetreden zolang deze zich aan de gedoogcriteria houdt zoals verwoord in de hem verstrekte gedoogverklaring. Wordt niet aan deze criteria voldaan dan wordt hiertegen opgetreden. Het landelijke softdrugsbeleid is erop gericht de coffeeshops klein en beheersbaar te maken, de aantrekkingskracht op drugstoerisme te verminderen, overlast te beperken en de georganiseerde hennepcriminaliteit te bestrijden. De uit dit beleid voortvloeiende algemene vereisten aan een coffeeshop, de AHOJGI-criteria, worden hierna nader toegelicht.

Rechtspraak bij dit artikel