De in de gemeente Harderwijk gedoogde coffeeshop dient geëxploiteerd te worden in de vorm van een stichting. In dit verband wordt gesproken van het “stichtingmodel”.
Hiermee wordt beoogd een niet-commerciële coffeeshopexploitatie te realiseren, waarbij
– anders dan bij een commerciële coffeeshop – de exploitatie niet gericht is op het behalen van winst, maar op het geven van voorlichting over verantwoord softdrugsgebruik, het verrichten van preventieactiviteiten en het voeren van een ontmoedigingsbeleid. Dit sluit aan bij de doelstellingen van dit coffeeshopbeleid, zoals verwoord in paragraaf 1.1 van dit coffeeshopbeleid. De opbrengst die met de verkoop van softdrugs wordt behaald moet worden gebruikt voor het verbeteren van de eigen organisatie en om voorlichtingsactiviteiten over (soft)drugsgebruik te organiseren. Tegelijkertijd wordt veel waarde gehecht aan een maatschappelijke inbedding van degenen die in de stichting participeren. Dit zal in ieder geval in de samenstelling van het stichtingsbestuur tot uitdrukking moeten komen.
Het bestuur van de stichting bestaat uit minimaal drie bestuursleden. De feitelijk exploitant en overige leidinggevenden mogen niet tevens onderdeel uitmaken van het bestuur van de stichting.
De werkwijze, verantwoordelijkheid en doelstelling van de stichting, zoals in het beleid beschreven, moeten worden verankerd in de statuten en in een huishoudelijk reglement. In de statuten moet tevens worden opgenomen dat financiële bijdragen kunnen worden verstrekt aan doelen, organisaties en instellingen binnen het verzorgingsgebied van de coffeeshop, die een ideële of sociale strekking hebben. Deze moeten zoveel mogelijk overeenkomen met de doelstellingen van het coffeeshopbeleid en of ten goede komen aan doelen, organisaties en instellingen die zien op de clientèle van de coffeeshop. De stichting en de exploitatie van de coffeeshop moeten voldoen aan de in dit coffeeshopbeleid ter zake gestelde gedoogvoorwaarden, zoals neergelegd in hoofdstuk 5 van dit coffeeshopbeleid.
Artikel 4.4