Om voor een gedoogverklaring in aanmerking te komen dient degene die de coffeeshop feitelijk exploiteert of exploiteren de leeftijd van 21 jaar te hebben bereikt. Alle personen die participeren in de stichting mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn. Indien voornoemde personen in een periode van vijf jaar voorafgaande aan de aanvraag veroordeeld zijn of een transactie van het Openbaar Ministerie hebben geaccepteerd bij overtreding van artikel 2 en artikel 3 Opiumwet, heling, fraude, gewelddelicten, handel in of het bezitten van vuurwapens en/of steekwapens, dan wel enig ander misdrijf, wordt per definitie aangenomen dat deze personen niet voldoen aan de eis dat hij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn en worden de gedoogverklaring en exploitatievergunning geweigerd. Ditzelfde geldt voor het (overige) personeel dat in de coffeeshop werkzaam is/zal zijn.
Indien gedurende de exploitatie blijkt dat één of meerdere van bovengenoemde personen niet (langer) voldoet aan de eis dat hij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn, dan zal de burgemeester beoordelen of er volstaan kan worden met het vervangen van de betreffende persoon/personen door de stichting. De stichting zal in de arbeidsovereenkomsten met het personeel opnemen dat om deze reden het personeelslid wordt ontslagen en tevens zal in de statuten worden opgenomen dat om deze redenen een bestuurslid zal moeten aftreden. Indien naar het oordeel van de burgemeester door de stichting niet voldoende adequaat maatregelen worden getroffen jegens het personeelslid of het bestuurslid dat niet langer voldoet aan de eis dat hij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn, dan kan de burgemeester besluiten om de gedoogverklaring en exploitatievergunning in te trekken.
4.9 Wet Bibob
In paragraaf 2.5 van dit coffeeshopbeleid is al ingegaan op de Wet Bibob. Op grond van dit coffeeshopbeleid wordt bij iedere aanvraag van een nieuwe gedoogverklaring en exploitatievergunning met inachtneming van het gemeentelijk Bibob-beleid een Bibob- onderzoek gedaan, op grond van artikel 7 van de Wet Bibob. Dit betreft eerst een eigen, gemeentelijk Bibob-onderzoek. Voor zover dit eigen onderzoek daartoe aanleiding geeft, kan het LBB om een Bibob-advies worden gevraagd. De personen die participeren in de stichting alsmede de stichting worden aan dit onderzoek onderworpen. Als uit het Bibob- onderzoek blijkt dat sprake is van een ernstig gevaar in de zin van artikel 3 van de Wet Bibob, dan zal de burgemeester de gedoogverklaring en exploitatievergunning weigeren.
Naast nieuwe aanvragen kan ook tussentijds, gedurende de termijn waarvoor de gedoogverklaring en exploitatievergunning zijn verstrekt, een Bibob-onderzoek worden gedaan naar degene(n) die op de gedoogverklaring en exploitatievergunning staa(n)(t) vermeld. Aanleiding daarvoor kan gelegen zijn in wijzigingen in de exploitatie of bedrijfsvoering van de coffeeshop, zoals bedoeld in paragraaf 4.7 van dit coffeeshopbeleid, doordat vanuit de buurt of via de politie of met het toezicht op de coffeeshop belaste instanties informatie bekend wordt die aanleiding geven voor een Bibob-onderzoek, op basis van een tip van de officier van justitie of door andere omstandigheden die aanleiding geven tot twijfels over de integriteit van de personen die participeren in de stichting en/of het (overige) personeel en/of hun zakelijke relaties.
Degene jegens wie een Bibob-onderzoek wordt ingesteld wordt daarvan vooraf door de gemeente in kennis gesteld. Als uit het Bibob-onderzoek blijkt dat sprake is van een ernstig gevaar in de zin van artikel 3 van de Wet Bibob, dan kan de burgemeester de gedoogverklaring en exploitatievergunning intrekken.
5. De Harderwijkse gedoogcriteria
De Harderwijkse gedoogcriteria gelden ten aanzien van de volgende onderwerpen:
a. de inrichting;
b. de (samenstelling en het doel van de) stichting en het personeel;
c. de softdrugs;
d. de overige producten;
e. de bezoekers;
f. de administratie; en
g. de exploitatie.
Ad a. de inrichting
Om (blijvend) te kunnen worden gedoogd als coffeeshop worden aan de inrichting waarin de coffeeshop wordt geëxploiteerd de volgende eisen gesteld:
1. de inrichting dient te beschikken over een voor publiek toegankelijke verblijfsmogelijkheid;
2. de inrichting mag niet over een loket of afhaalpunt in de buitenmuur van de inrichting beschikken;
3. vervallen;
4. de inrichting dient een open en transparant karakter te hebben. Vanuit de openbare ruimte is er zicht op en in de inrichting, zodat toezicht daarop, ook zonder daartoe de inrichting te hoeven betreden, vanaf de openbare ruimte mogelijk is. Dit zicht wordt blijvend gewaarborgd door onderhoud en door geen handelingen te (doen)verrichten of goederen of voorwerpen te plaatsen, zodanig dat het zicht op de inrichting wordt belet of beperkt. De ramen mogen niet (deels) afgeschermd of geblindeerd zijn;
5. in de omgeving van de inrichting bevindt zich steeds voldoende parkeergelegenheid voor bezoekers van de inrichting. Bij de bepaling hiervan wordt rekening gehouden met de aard en de omgeving van de coffeeshop;
6. de toevoer van bezoekers naar de inrichting leidt niet tot verkeersopstoppingen of andere verkeershinder;
7. de inrichting ziet er van buiten en van binnen blijvend verzorgd uit en bevindt zich in een goede staat van onderhoud;
8. het terrein, daaronder begrepen de openbare ruimte, rondom de inrichting wordt schoongehouden, gereinigd en blijft vrij van afval (in de ruimste zin des woords);
9. op het terrein en in de directe omgeving van de inrichting mogen geen bezoekers of personeelsleden van de coffeeshop blijven “hangen”, hierop wordt door de portier actief toegezien;
10. de inrichting mag niet zijn voorzien van een terras;
11. de oppervlakte van de verblijfsruimte voor bezoekers van de coffeeshop mag niet minder dan 20 m2 en niet meer dan 100 m2 bedragen. De definitie van verblijfsruimte luidt (cf. Bouwbesluit): “ruimte voor het verblijven van mensen, dan wel een ruimte waarin de voor een gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten plaatsvinden. Er geldt een minimale plafondhoogte van 2,10 meter voor bestaande gebouwen overeenkomstig het Bouwbesluit en in afwijking van het Besluit eisen Drank- en Horecawet;
12. de coffeeshop moet zich op de begane grond bevinden;
13. de toegang tot de coffeeshop moet rechtstreeks vanaf openbaar terrein bereikbaar zijn;
14. de inrichting waarin de coffeeshop wordt geëxploiteerd voldoet blijvend aan de inrichtingseisen die gesteld worden in de geldende, van toepassing zijnde wet- en regelgeving, zoals in het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet, het Bouwbesluit (2012), de gemeentelijke bouwverordening en de APV, tenzij hiervan in dit beleid expliciet wordt afgeweken (zie o.a. gedoogcriterium onder a onder 11).
Ad b. de (samenstelling en het doel van de) stichting en het personeel
Om (blijvend) te kunnen worden gedoogd als coffeeshop worden aan de stichting, de personen die daarin participeren en het (overige) personeel de volgende eisen gesteld:
15. de coffeeshop wordt geëxploiteerd in de vorm van een stichting zonder winstoogmerk, waarbij wordt voldaan aan het gestelde in de paragrafen 1.1, 4.4 en 4.8. Dit moet onder meer blijken uit de statuten;
16. het bestuur van de stichting bestaat uit minimaal drie bestuursleden. De feitelijk exploitant en overige leidinggevenden mogen niet tevens onderdeel uitmaken van het bestuur van de stichting. Ten minste één bestuurslid heeft aantoonbaar ervaring in het sociaal-maatschappelijke werkdomein (bijvoorbeeld in het onderwijs, de verslavings-/gezondheidszorg, publieke ambten);
17. de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren dienen een minimale leeftijd van 21 jaar te hebben;
18. de personen die participeren in de stichting alsmede het (overige) personeel van de coffeeshop, mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn;
19. de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren moeten beschikken over een bewijsstuk van een instelling op het gebied van de verslavingszorg waaruit blijkt dat zij beschikken over voldoende kennis en inzicht
over de werking van drugsgebruik en de daaraan verbonden (gezondheids)risico’s. Daarnaast dienen zij te beschikken over een SVH Verklaring Sociale Hygiëne;
20. de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren hebben een doorverwijsplicht naar de verslavingszorg als zij grond hebben of zouden moeten hebben voor het oordeel dat er sprake is van verslaving bij bezoekers van de coffeeshop;
21. de stichting en de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren hebben aantoonbaar een actieve rol richting de verslavingszorg en andere instanties. Dit moet o.a. blijken uit regelmatige contactmomenten met de verslavingszorg, de politie, het leggen en onderhouden van contacten met overheidsinstellingen (waaronder de wethouder (gezondheids)zorg en de burgemeester), onderwijsinstellingen, hulp- en dienstverlenende instanties;
22. de stichting sluit zich aan bij de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan en neemt hierdoor onder meer deel aan de collectieve horeca-ontzegging;
23. ten minste één keer per jaar vindt er in ieder geval een omwonendenoverleg plaats. Hieraan nemen ten minste een vertegenwoordiging van de stichting, de feitelijke exploitant, een afvaardiging van de omwonenden en de burgemeester deel;
24. in de coffeeshop mag alleen personeel werkzaam zijn dat voldoet aan de gedoogvoorwaarden, de gedoogverklaring en de exploitatievergunning;
25. een lijst van het actuele “personeelsbestand” moet bij de gemeente worden aangeleverd;
26. wijzigingen (in het personeelsbestand en overige wijzigingen) worden binnen één maand bij de gemeente gemeld;
27. tijdens de openingstijden van de coffeeshop dient altijd de feitelijke exploitant of bij diens tijdelijke afwezigheid, een andere leidinggevende in de coffeeshop aanwezig te zijn. Deze leidinggevende dient als zodanig te zijn vermeld in de gedoogverklaring en exploitatievergunning.
Ad c. de softdrugs
Om (blijvend) te kunnen worden gedoogd als coffeeshop worden aan de softdrugs die in de inrichting aanwezig zijn en die worden verkocht, afgeleverd of verstrekt, de volgende eisen gesteld:
28. in de coffeeshop mogen slechts cannabisproducten, zoals vermeld op lijst II van de Opiumwet worden aangeboden; 6Als een bepaald cannabisproduct door een wetswijziging op lijst I van de Opiumwetwordt geplaatst, betreftdit cannabisproduct harddrugs en valt ditniet meer onder het gedoogbeleid.
29. softdrugs mogen uitsluitend in de inrichting – d.w.z. binnen het voor publiek toegankelijke lokaal – worden verkocht, afgeleverd of verstrekt. Niet buiten de inrichting (via internet, telefoon, koerier, etc.) en ook niet via een loket of afhaalpunt in de buitenmuur van de inrichting;
30. in de inrichting mogen geen andere verdovende middelen aanwezig zijn dan de onder gedoogvoorwaarde 28 genoemde softdrugs;
31. aan één en dezelfde persoon mag in de inrichting per dag maximaal 5 gram aan softdrugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt;
32. dat aan de gedoogvoorwaarde onder 31 wordt voldaan, moet steeds kunnen worden aangetoond;
33. de maximale voorraad softdrugs die in de inrichting aanwezig mag zijn, mag niet meer bedragen dan 500 gram;
34. er mogen geen softdrugs in de vorm van etenswaar of drank worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn, zoals in de vorm van spacecake.
Ad d. de overige producten
Om (blijvend) te kunnen worden gedoogd als coffeeshop worden ten aanzien van andere producten dan softdrugs die in de inrichting aanwezig zijn en die worden verkocht, afgeleverd of verstrekt, de volgende eisen gesteld:
35. in de inrichting mogen geen alcoholhoudende dranken worden verkocht, afgeleverd of verstrekt, dan wel (daartoe) aanwezig zijn;
36. in de inrichting mogen in beperkte mate en ondergeschikt uitsluitend alcoholvrije dranken, etenswaren en aan softdrugs verwante klein-waren – zoals vloeitjes, gripzakjes, aanstekers, etc. – worden verkocht, afgeleverd of verstrekt;
37. de producten als bedoeld in gedoogvoorwaarde 36 mogen alleen in de inrichting –
d.w.z. binnen het voor publiek toegankelijke lokaal – worden verkocht, afgeleverd of verstrekt. Niet buiten de inrichting, zoals bedoeld in gedoogvoorwaarde 29.
Ad e. de bezoekers
Om (blijvend) te kunnen worden gedoogd als coffeeshop worden ten aanzien van bezoekers van de coffeeshop de volgende eisen gesteld:
38. in de inrichting mogen geen personen aanwezig zijn die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt. Aan deze personen mogen door of door middel van de coffeeshop geen softdrugs (doen) worden verkocht, afgeleverd of verstrekt;
39. bezoekers van de coffeeshop dienen ingezetenen van Nederland te zijn. Onder “ingezetenen van Nederland” worden verstaan: personen die op de datum dat zij zich in de inrichting bevinden, in Nederland hun vaste woonadres hebben, blijkend uit de Basisregistratie Personen (BRP);
40. aan personen die geen ingezetenen van Nederland zijn mogen geen softdrugs (doen) worden verkocht, afgeleverd of verstrekt;
41. de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren dienen zich ervan te verzekeren dat degene aan wie zij softdrugs verkopen, afleveren of verstrekken, ingezetenen van Nederland zijn;
42. de bezoekers van de coffeeshop dienen te beschikken over een geldig legitimatiebewijs (paspoort, identiteitskaart, verblijfsdocument en/of rijbewijs). De personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren dienen dit te controleren.
Ad f. de administratie
Om (blijvend) te kunnen worden gedoogd als coffeeshop worden aan de (te voeren) administratie de volgende eisen gesteld:
43. naast het voeren van de volgens de Algemene wet Inzake Rijksbelastingen verplicht gestelde administratie, moet een verkoopboek, inkoopboek en kas- of giroboek betreffende de (alle) aankoop en verkoop van softdrugs worden bijgehouden. Deze administratie dient inzichtelijk en overzichtelijk te zijn;
44. de onder gedoogvoorwaarde 43 genoemde administratie dient steeds in de inrichting aanwezig te zijn en dient te worden bewaard gedurende een periode van zeven jaar;
45. de stichting dient jaarlijks een bewijs van goed betaalgedrag van de Belastingdienst te overleggen aan de gemeente, als bedoeld in artikel 1.1.12 van de Leidraad Invordering 2008. Dit dient te gebeuren telkens één maand vóór het verstrijken van ieder jaar, gerekend vanaf de datum van verlening van de exploitatievergunning en gedoogverklaring. Het bewijsstuk mag niet ouder zijn dan twee maanden;
46. een afschrift van het personeelsbestand als bedoeld in gedoogvoorwaarde 25 moet steeds in de inrichting aanwezig zijn ten behoeve van controles door o.a. gemeentelijke toezichthouders of politieambtenaren;
47. een exemplaar of afschrift van de geldende exploitatievergunning en gedoogverklaring moet in de inrichting aanwezig zijn ten behoeve van controles door o.a. gemeentelijke toezichthouders of politieambtenaren.
Ad g. de exploitatie
Om (blijvend) te kunnen worden gedoogd als coffeeshop worden aan de exploitatie en bedrijfsvoering van de coffeeshop de volgende eisen gesteld:
48. de inrichting mag uitsluitend geopend zijn tussen 10.00 uur en 22.00 uur. Buiten deze tijden dient de inrichting gesloten te zijn;
49. buiten de openingstijden dient voor het publiek duidelijk te zijn dat de inrichting gesloten is. Dit moet blijken uit uiterlijke kenmerken, zoals een aanduiding “gesloten”, de vergrendeling van de toegang, het uitdoen van de verlichting, etc.;
50. tijdens de openingstijden van de inrichting dient altijd de feitelijke exploitant of bij diens tijdelijke afwezigheid, een andere leidinggevende in de inrichting aanwezig te zijn. Deze leidinggevende dient als zodanig te zijn vermeld in de gedoogverklaring en exploitatievergunning;
51. in de inrichting mogen zich geen kansspelautomaten bevinden, overeenkomstig de Wet op de Kansspelen;
52. tijdens de openingstijden van de inrichting dient altijd ten minste één portier bij de toegang van de inrichting aanwezig te zijn. De portier(s) dien(t)(en) te voldoen aan het gestelde in de Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus (WPBR). De functie van portier mag niet worden verricht door anderen dan degenen die voldoen aan de WPBR;
53. de exploitatie van de coffeeshop gebeurt zodanig dat daarbij of ten gevolge daarvan geen overlast ontstaat in welke vorm dan ook, in de directe omgeving van de coffeeshop. In ieder geval de portier en de leidinggevende en feitelijke exploitant treden op in geval van overlastsituaties;
54. softdrugs mogen uitsluitend tegen betaling in de vorm van binnen Nederland geldende valuta worden verkocht, afgeleverd of versterkt. Verkoop, aflevering of verstrekking van softdrugs om niet, in ruil voor goederen, onderpand of anderszins, is niet toegestaan. Dit geldt ook voor de overige producten die in de inrichting worden verkocht, afgeleverd of verstrekt;
55. in de inrichting, buiten het zicht van passanten, moet op een voor bezoekers zichtbare en begrijpelijke wijze de prijslijst van producten, waaronder softdrugs worden kenbaar gemaakt;
56. het is niet toegestaan om reclame te maken voor de verkoop vanuit de coffeeshop van softdrugs of andere producten. Dit geldt voor iedere (reclame-)uiting die vanaf de openbare ruimte de aandacht vestigt op, dan wel de verkoop, aflevering of verstrekking van softdrugs en andere producten in de inrichting bevordert of anderszins stimuleert;
57. van gedoogvoorwaarde 56 is uitgezonderd de naamsaanduiding met bijbehorend onderschrift of logo die aan de inrichting mag worden aangebracht en waaruit bezoekers kunnen afleiden dat in de inrichting softdrugs worden verkocht. Deze aanduiding dient te voldoen aan de toepasselijke wet- en regelgeving – o.a. het bestemmingsplan en de welstandsnota – en behoeft voorafgaande goedkeuring van de burgemeester en -indien aangewezen als bevoegd gezag- van het college van burgemeester en wethouders;
58. op een voor bezoekers duidelijke plaats in de inrichting dient een voorziening aanwezig te zijn met daarin gratis voor bezoekers mee te nemen informatiemateriaal over o.a. de gevolgen van drugsgebruik voor de volksgezondheid, verslavingszorg, psychische hulp, etc;
59. de stichting en/of personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren, organiseren en stimuleren activiteiten met betrekking tot informatie en voorlichting over drugsgebruik gericht op particulieren, groepen en onderwijsinstellingen en onderhouden actief contact met gebruikers van drugs, over de gevolgen van drugsgebruik;
60. de stichting en/of personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren dragen actief bij aan het preventiebeleid, de verbetering van dit beleid en het controleerbaar houden van prijzen- er mag geen sprake zijn van woekerprijzen- in samenwerking met de (overheids)instellingen die betrokken zijn bij het toezicht en de handhaving van de gedoogde handel in softdrugs. Voor zover mogelijk wordt voorlichting gegeven over de herkomst en samenstelling van de softdrugs;
61. de stichting en de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren moeten toestaan dat toezichthouders van de gemeente, politieambtenaren, dan wel andere bevoegden die belast zijn met de handhaving van de met de exploitatie van een coffeeshop verband houdende wet- en regelgeving regelmatig controles uitoefenen in en naar de coffeeshop, de inrichting en de directe omgeving daarvan. De stichting en de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren verlenen alle medewerking aan deze controles. In het bijzonder verschaffen zij van de coffeeshop op eerste aanvraag de exploitatievergunning en gedoogverklaring en andere administratie, genoemd onder Ad f van de bovengenoemde gedoogvoorwaarden.
62. de stichting dient te handelen conform haar statuten en legt binnen vier maanden na afloop van een kalenderjaar over dat jaar verantwoording af aan de burgemeester over het gevoerde beleid en de bestedingen van de coffeeshop en de stichting;
63. de statuten dienen te voldoen aan de hiervoor gestelde (wettelijke) eisen ten aanzien van de doelstelling, de besteding van middelen en de samenstelling van het bestuur.
Aanpassing, aanvulling of afwijking van de gedoogcriteria
Indien bijzondere omstandigheden ter zake van een of meer van de bovengenoemde onderwerpen daartoe aanleiding geven (bijvoorbeeld in geval van gewijzigde wet- en regelgeving), kunnen de gedoogcriteria worden aangepast, aangevuld of kan hiervan worden afgeweken. Dit kan zowel een beperking als een versoepeling inhouden ten opzichte van de gedoogcriteria. De aanpassing, aanvulling of afwijking is alleen toegestaan als dit aansluit bij en bijdraagt aan de doelstellingen van dit coffeeshopbeleid, zoals verwoord in paragraaf 1.1 van dit document. Deze voorwaarden worden expliciet opgenomen in de gedoogverklaring. Dit geldt alleen voor de gedoogverklaring. Zoals in paragraaf 4.1 van dit coffeeshopbeleid is toegelicht kunnen ook in verband met de exploitatievergunning (en de belangen die daarmee worden gediend) de voorwaarden waaronder de coffeeshop mag worden geëxploiteerd, ten opzichte van de gedoogcriteria worden aangevuld of kan daarvan worden afgeweken.
Artikel 4.8