Naar hoofdinhoud

Artikel 2:

Uitgangspunten voor herplant

Onderdeel van Beleidsregel Compensatieplicht waardevol groen gemeente Mook en Middelaar 2020

Indien uit de beslisboom blijkt dat herplant wordt opgelegd dan gelden de hieronder vermelde uitgangspunten voor fysieke herplant. In de omgevingsvergunning zal worden omschreven waar de herplant aan moet voldoen: Boomsoort: De boomsoort wordt per locatie bepaald en afgestemd op de karakteristieken van de omgeving. Voor de herplant van een boom met een natuurlijke vorm geldt dat de herplant ook bestaat uit een boom met een natuurlijke groeivorm. Er kan wel een andere boomsoort voorgeschreven worden dan de gevelde boom. Doel hiervan is om zoveel mogelijk de gewenste groen- boomstructuur voor Mook en Middelaar (inheemse boomsoorten) te benaderen dan wel om de diversiteit (in boomsoorten) te vergroten. Voor de herplant van een knot- of leiboom geldt dat indien de situatie dit toelaat, ook gekozen kan worden voor een boom met een natuurlijke groeiwijze. Maat: De minimale plantmaat van de te herplanten boom bedraagt 20-25 cm (=stamomvang, gemeten op 1 meter hoogte) bij vervanging van bomen uit het Bomenregister, en 14-16 cm bij vervanging van bomen waar een kapverbod geldt op basis van het bestemmingsplan. Van deze richtlijnen kan worden afgeweken als: de gewenste soort niet in de aangegeven maat in de handel verkrijgbaar is. de gewenste soort moeilijk aanslaat, wanneer deze te groot wordt geplant. het vervanging van straat- en laanbomen betreft. Dan wordt de gehele straat of laan één stamdiameter gehanteerd. De beschikbare boven- en ondergrondse groeiruimte zijn daarbij bepalend. de te herplanten bomen in bosverband geplant worden. Locatie: De herplant dient plaats te vinden op hetzelfde perceel als waar de te vellen boom staat. Voor de her te planten boom geldt dat deze in potentie uit moet kunnen groeien tot een boom van een vergelijkbare omvang of waarde als de te vellen boom. Indien dat om boomtechnische redenen niet mogelijk blijkt, kan gekozen worden voor een andere kleinere boomsoort. Termijn waarbinnen herplant moet plaatsvinden: De herplant dient uiterlijk plaats te vinden in het plantseizoen (periode november tot en met maart) direct volgend op het tijdstip van vellen van de boom of direct na de realisatie van een (bouw-) werk of ruimtelijke ontwikkeling. De termijn kan verlengd worden indien het de levenskansen van de te herplanten boom ten goede komt of de herplant binnen de gestelde termijn nog niet mogelijk is. Termijn waarbinnen niet aangeslagen beplanting moet worden vervangen: Indien een boom, die ten gevolge van een herplantverplichting geplant is, niet binnen drie jaar aanslaat dient deze te worden vervangen volgens de genoemde specificaties in de omgevingsvergunning.

Rechtspraak bij dit artikel