**1..** Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
**2..** het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
**3..** Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd, indien:
het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
**4..** Het verbod zoals opgenomen in artikel 2:10, eerste lid, geldt niet voor;
evenementen waarvoor een vergunning is verleend op basis van artikel 2:25;
terrassen waarvoor een vergunning is verleend op basis van artikel 2:28;
standplaatsen waarvoor een vergunning is verleend op basis van artikel 5:18.
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;
voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.
**5..** De weigeringsgrond zoals opgenomen in het derde lid, onder a, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de wegenverkeerswet.
**6..** De weigeringsgrond zoals opgenomen in het derde lid, onder b geldt niet voor bouwwerken.
**7..** De weigeringsgrond zoals opgenomen in het derde lid, onder c, geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.