Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II › Paragraaf 2

Artikel 9

Uitoefening bevoegdheden

Onderdeel van Regeling bezwaarschriftencommissie gemeente Uithoorn 2020

1.. De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet worden voor de toepassing van de regeling uitgeoefend door de voorzitter van de commissie. De voorzitter kan deze bevoegdheden opdragen aan de secretaris. Het gaat om de volgende bevoegdheden: artikel 2:1, tweede lid, voor wat betreft het opvragen van een schriftelijke machtiging van de gemachtigde; artikel 6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn voor het verzuim; artikel 6:17, voor wat betreft de verzending van de stukken tijdens de behandeling door de commissie; artikel 7:4, tweede lid, voor wat betreft het ter inzage leggen van stukken; artikel 7:6, vierde lid, voor wat betreft het achterwege laten van informatie omtrent het verhandelde tijdens het horen. 2.. De bevoegdheid als bedoeld in artikel 7:10, derde en vierde lid van de wet, voor wat betreft een verdaging van de beslissing op bezwaar, kan door de secretaris worden uitgeoefend, in welk geval daarvan mededeling wordt gedaan aan belanghebbenden en het verwerend bestuursorgaan. 3.. De secretaris heeft de bevoegdheid tot opschorting van de beslissing op bezwaar ingevolge artikel 4:15 van de wet. Wanneer de opschorting plaatsvindt op basis van overmacht als bedoeld in artikel 4:15 lid 2 onder c van de wet, stemt de secretaris het gebruikmaken van deze bepaling vooraf af met de voorzitter van de bezwaarschriftencommissie en het verwerende bestuursorgaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel