Het college acht zich verplicht tot terugvordering van ten onrechte en/of teveel verstrekte uitkering. In dit verband:
herziet dan wel trekt het college het recht op uitkering in, indien de uitkering tot een te hoog bedrag dan wel ten onrechte is verleend;
maakt het college ten volle gebruik van de bevoegdheid tot terugvordering zoals deze haar op grond van artikel 58, tweede lid en artikel 59 van de Pw alsmede artikel 25, tweede lid en artikel 26 van de IOAW en IOAZ toekomt;
bruteert het college de vordering bij niet tijdige betaling.
ziet het college af van terugvordering indien het terug te vorderen bedrag lager is dan € 25,00 en verrekening met de uitkering niet mogelijk is; en
maakt het college ten volle gebruik van de bevoegdheid tot terugvordering zoals haar op grond van de artikelen 12, tweede lid onderdeel c, artikel 39, eerste lid, onderdeel a onder 3, artikel 41, vierde en vijfde lid en artikel 43, derde lid van het Bbz 2004 toekomt.
HOOFDSTUK 1
Artikel 2.
Algemene bepaling met betrekking tot de bevoegdheid tot herziening, intrekking, terugvordering en brutering
Onderdeel van Beleidsregels inzake terugvordering en verhaal