Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Beleidsregels inzake terugvordering en verhaal

Afzien van terugvordering of van verdere terugvordering na het voldoen aan de betalingsverplichting indien de vordering niet gevolg is van schending inlichtingenplicht dan wel tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. In afwijking van artikel 2, onder b van deze beleidsregels kan het college besluiten af te zien van terugvordering of van verdere terugvordering van uitkering indien de belanghebbende: gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; of gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten. een bedrag, overeenkomend met ten minste 75% van de restsom, in één keer aflost. In beginsel wordt een besluit als bedoeld in het eerste lid, aanhef, onder a. b. en d. slechts genomen als de belanghebbende daarom schriftelijk heeft verzocht. Tot toepassing van het eerste lid, aanhef en onder c. wordt uitsluitend ambtshalve besloten. De in het eerste lid onder a. en b. genoemde termijn van vijf jaar is drie jaar indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan, behalve indien belanghebbenden tijdens die 3 jaar een verlaagde uitkering hebben ontvangen als gevolg van de schending van een verplichting tot arbeidsinschakeling; Een toekenning op een verzoek hiertoe vindt hooguit een maal per 10 jaar plaats, met uitzondering van punt c bij doelmatigheidsoverwegingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel