De in artikel 4 bijlage II Bor beschreven situaties zijn echter nog zodanig ruim, dat het wenselijk is in een beleidsregel vast te leggen hoe van deze bevoegdheid gebruik gemaakt wordt.
Met name is het ook van belang in de beleidsregel vast te leggen wat wordt verstaan onder het gebied binnen de bebouwde kom, omdat binnen de bebouwde kom namelijk andere afwijkingsmogelijkheden gelden dan in het gebied buiten de bebouwde kom.
De vraag wat onder de bebouwde kom moet worden verstaan is van feitelijke aard.
In deze beleidsregel wordt middels de als bijlage opgenomen kaarten aangegeven wat de begrenzing is van het gebied binnen de bebouwde kom. In de tekst van de beleidsregel (hoofdstuk 2) is nader gemotiveerd waarom deze begrenzing is aangehouden.
Uiteraard kan niet voor alle denkbeeldige situaties vooraf worden aangegeven hoe hiermee om te gaan. Het gaat in deze notitie alleen om de veel voorkomende aanvragen, zoals uitbreidingen van woningen in de bebouwde kom, of een aan - of uitbouw bij een woning.
Het doel van deze beleidsregel is duidelijkheid te verschaffen hoe van deze bevoegdheid in veel voorkomende situaties gebruik gemaakt wordt, in het belang van de rechtszekerheid en uniformiteit. Bij het verlenen van omgevingsvergunning om af te wijken van het
bestemmingsplan kan dan als motivering verwezen worden naar deze door het college vastgestelde beleidsregel.
Na vaststelling door het college is deze beleidsregel op de volgens de Awb (Algemene wet bestuursrecht) gebruikelijke wijze gepubliceerd en daags na de ze publicatie in werking getreden.
Artikel 1.2