Artikel 4 bijlage II Bor maakt onderscheid in situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. Voor situaties binnen de bebouwde kom gelden andere mogelijkheden om af te mogen wijken van het bestemmingsplan dan voor situaties buiten de bebouwde kom.
Op 7 augustus 2012 is door burgemeester en wethouders een actuele kaart van de
(ruimtelijke) bebouwde kom vastgesteld, die als bijlage aan deze beleidsregel is gehecht.
Volgens de toelichting op artikel 4 bijlage II Bor is de vraag wat onder de bebouwde kom moet worden verstaan van feitelijke aard. Niet de plaats van het verkeersbord dat de bebouwde kom aangeeft, maar de aard van de omgeving is bepalend. Aan de verkeerstechnische grens behoeft derhalve in het kader van de ruimtelijke ordening geen betekenis te worden toegekend.
Zie voor de uitleg van het begrip ‘bebouwde kom’ in dit kader ook de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 oktober 2000, gepubliceerd in Bouwrecht 2001/22. Volgens de noot bij deze uitspraak luidt het standpunt van de Afdeling als volgt:
of een perceel al dan niet in het buitengebied ligt is een vraag van feitelijke aard;
niet van belang is of een perceel binnen de als zodanig aangegeven bebouwde kom ligt;
niet de plaats van het verkeersbord dat de bebouwde kom aangeeft is bepalend, maar de aard van de omgeving;
de grenslijn van de bebouwde kom is van verkeerstechnische aard, waaraan in het kader van de ruimtelijke ordening geen doorslaggevende betekenis behoeft te worden toegekend.
De noot bij deze uitspraak legt verder uit dat, wil er in ruimtelijke zin sprake zijn van een bebouwde kom, in het betrokken gebied in ieder geval een structurele samenhang van de bebouwing aanwezig zal moeten zijn (bijvoorbeeld aaneengesloten woonbebouwing).
Verspreid liggende woonbebouwing in het buitengebied van een gemeente zal – zo moet worden aangenomen - geen bebouwde kom in ruimtelijke zin vormen.
Als we bovenstaande uitleg loslaten op de Harderwijkse situatie, dan kunnen we vrij eenvoudig vaststellen dat het gebied dat is ingeklemd tussen de A-28 en de N 302 zeker tot de bebouwde kom gerekend moet worden. Dit gebied bevat het echte stadscentrum aan het water, met direct aansluitend diverse (woon-)bebouwing, die doorloopt tot voornoemde rijks- en provinciale wegen.
Ten zuiden van de A-28 bevindt zich de in aanbouw zijnde woonwijk Drielanden, die ook tot de bebouwde kom gerekend dient te worden. Drielanden is een uitbreidingswijk die direct aansluit aan op de in de jaren ‘70 van de vorige eeuw gerealiseer de wijk Stadsweiden. De rijksweg A- 28 vormt geen zodanige grote onderbreking dat niet meer gesproken kan worden van een aanééngesloten bebouwing.
Hetzelfde geldt voor de wijken Frankrijk, Broekland, De Akker en Walstein. Aan de oostzijde van de wijk Frankrijk ligt de Burgweg. Aan de oostelijke kant van de Glindweg vertoont het landschap een geheel ander beeld, dat niet meer samenhangt met het gebied dat ten westen daarvan is gelegen. Ten oosten van de Glindweg komt her en der verspreid liggende bebouwing voor, in een open (weide-)landschap. De Glindweg vormt aldaar dus de feitelijke en visuele scheidslijn van de bebouwde kom.
Het gebied gelegen tussen de Glindweg en de Newtonweg is daarom buiten de bebouwde komgrens gehouden.
Ten noordoosten van de N302 bevindt zich het industrieterrein, met bedrijfsbebouwing en bedrijfswoningen. Met name voor deze woningen is het voor de eventuele
ontheffingsmogelijkheden relevant of dit industriegebied al dan niet wordt gerekend tot de bebouwde kom.
Het feit dat het industrieterrein een aanééngesloten en samenhangende cluster van bebouwing vormt, die enkel van de ten westen gelegen woonwijk Zeebuurt is gescheiden door de N302, pleit ervoor deze ook tot de bebouwde kom te rekenen in ruimtelijke zin. Ook het in ontwikkeling zijnde industrieterrein Lorentz III behoort tot de bebouwde kom grens.
Ongeveer 8 kilometer van het centrum van Harderwijk vandaan ligt de dorpskern Hierden. De Zuiderzeestraatweg vormt de verbindingsschakel tussen deze twee kernen. Langs deze weg ligt een soort ‘lintbebouwing’ die als zodanig ook tot de bebouwde kom in ruimtelijke zin gerekend mag worden. Het betreft aanééngesloten bebouwing met een duidelijke samenhang. Voor de duidelijkheid is de lintbebouwing langs de Zuiderzeestraatweg op een af zonderlijke detailkaart weergegeven.
Eénmaal aangekomen in de kern Hierden is een duidelijke dorpskern zichtbaar, en vormt de woonbebouwing een duidelijk gegroepeerd beeld.
Als een aanééngesloten gebied is herkenbaar de woningbouw die ligt ingeklemd tuss en de Zuiderzeestraatweg, de Wijtgraaf, de Mheenbroekweg en de Oostermheenweg.
Gespiegeld aan dit gebied, aan de overzijde (zuidzijde) van de Zuiderzeestraatweg wordt deze groepsgewijze bebouwing doorgezet. Hierbij wordt gedoeld op het gebied ingeklemd tu ssen de Molenweg, de Hoge Varenweg en de Zuiderzeestraatweg.
De ten westen hiervan gelegen bebouwing, tussen de Kleine Mheenweg en de
Ooster Mheenweg wordt ook tot de bebouwde kom gerekend. In dit gebied bevinden zich ook het Dorpshuis en het Sportpark Hierden.
Tot slot nog even stilstaan bij het relatief kleine complex woningen dat is gebouwd aan de Sonnevancklaan, en de villabebouwing aan de Molenweg in Hierden. Deze worden vanwege hun samenhangend bebouwing en infrastructuur als zodanig ook gerekend tot de bebouwde kom.
De begrenzing van de bebouwde kom van Harderwijk en Hierden is weergegeven op kaarten die als bijlage 1 bij deze beleidsnotitie zijn opgenomen.
Artikel 3