Naar hoofdinhoud
De regels om af te mogen wijken van het bestemmingsplan kunnen ook van toepassing zijn bij tijdelijke bouwwerken en recreatiewoningen. In theorie is het denkbaar dat bij een recreatiewoning bijvoorbeeld met omgevingsvergunning een bouwwerk wordt gerealiseerd. Of dat bij een tijdelijk woongebouw een bijgebouw met omgevingsvergunning wordt gebouwd. Hoewel deze situaties in de praktijk niet zoveel zullen voorkomen, is het toch wenselijk om hier in zijn algemeenheid iets over te bepalen. Tijdelijke bouwwerken hebben een duidelijk tijdelijk karakter. Om deze tijdelijkheid zoveel mogelijk te waarborgen, is het ni et verstandig om een permanente afwijking van het bestemmingsplan toe te staan door middel van een omgevingsvergunning. Het verlenen van een tijdelijke omgevingsvergunning op basis van artikel 2.23 Wabo is wellicht denkbaar. Recreatiewoningen zijn bedoeld om in te recreëren en niet om in te wonen. De afwijkingsmogelijkheden van artikel 4 bijlage II Bor zijn er met name op gericht om voor woningen meer mogelijkheden te creëren. Het wonen brengt andere wensen met zich mee dan het recreëren. Doorgaans is de behoefte aan ruimte bij een woning groter dan bij een recreatieverblijf. Het is dan ook niet voor de hand liggend om deze mogelijkheden om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen ook bij recreatiewoningen toe te passen. Dit ter behoud en bescherming van de recreatieve functie. Concreet betekent dit dat we de ontheffingsmogelijkheden ex artikel 2.12 lid 1 onder a sub 2 Wabo juncto artikel 4 bijlage II Bor niet toepassen bij tijdelijke bouwwerken en recreatieverblijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel