In de meeste van de huidige bestemmingsplannen wordt een maximale bouwhoogte van 4,5 m voor bijgebouwen gehanteerd. Het afwijkingenbeleid st ond tot nu toe niet toe om daarvan af te wijken. Per 1 november 2014 is de gewijzigde Bor in werking getreden. Deze regeling staat toe dat, mits wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden, bijgebouwen volledig vergunningvrij tot een hoogte van 5 meter kunnen worden opgericht. Nu de wetgever vergunningsvrij bijgebouwen tot een hoogte van 5 meter toestaat is het niet meer dan redelijk om in
voorkomende gevallen ook bijbehorende bouwwerken tot een hoogte van 5 meter toe te staan , mits wordt voldaan aan de criteria zoals verwoord in het Bor zoals deze g eldt zinds per 1 november 2014 (artikel 2, lid 3 van hoofdstuk II van bijlage II van de Bor).
Afgeweken kan worden voor een grotere bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bij woningen onder de volgende voorwaarden:
voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijk ho ofdgebouw, niet hoger dan:
5 m,
0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, en
het hoofdgebouw,
voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw:
indien hoger dan 3 m: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3;
Uitzondering beschermd stadsgezicht
Deze afwijking voor hogere nokhoogte is niet van toepassing op bebouwbaar erf in het beschermd stadsgezicht. Harderwijk kent één (van rijkswege) beschermd stadsgezicht en dat is de binnenstad. Voor die situaties die binnen de begrenzing van dit beschermde stadsgezicht liggen, maken we steeds een individuele afweging. Dit vanwege het bijzondere ruimtelijke karakter van het beschermde stadsgezicht en de relatief hoge bebouwingsdichtheid in dit gebied.
Toelichting op de formule:
Ten behoeve van de bezonningssituaties op naburige percelen leidt de formule ertoe dat de daklijn ten opzichte van de erfgrenzen slechts geleidelijk in hoogte kan oplopen tot een
maximaal toegestane daknokhoogte van 5 m. De formule is gebaseerd op een zonnestand met een hellingshoek van 25° vanaf een hoogte van 3 m (de tangens van een hoek van 25° bedraagt naar boven afgerond 0,47).
In deze formule is de afstand van de nok tot de erfgrens bepalend voor de toegestane hoogte. Hoe dichter bij een naburig erf, hoe minder hoog een dak mag zijn. De formule voor de daknokhoogte is gebaseerd op de zogenoemde ’lichte’ TNO -norm. Deze norm gaat uit van minimaal twee mogelijke bezonningsuren per etmaal, in de periode van 19 februari tot 21 oktober. De ’lichte’ TNO-norm wordt in de praktijk veelvuldig toegepast om aan de hand van bezonningsstudies te onderbouwen dat de kwaliteit van het woon - en leefklimaat, in het bijzonder de bezonningssituatie op gevels van bebouwing op aangrenzende percelen, ten gevolge van een bouwplan in voldoende mate gewaarborgd blijft. Door deze norm als uitgangspunt te nemen voor het bepalen van de randvoorwaarden voor een vergunnin gvrij bijbehorend bouwwerk met een kap, blijft de bezonningssituatie op belendende bebouwing en naburige erven in voldoende mate gewaarborgd.
Artikel 5.1.7