Deze ontwerp beleidsnotitie is gebaseerd op:
• -artikel 12a Woningwet (criteria welstandsnota);
• -artikel 2.1 lid 1 sub c juncto artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo (omgevingsvergunning uitgebreide procedure voor het afwijken van bestemmingsplan).
Voor het plaatsen van een reclamemast is een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ nodig. Een aanvraag omgevingsvergunning om een dergelijke mast te plaatsen, dient te worden getoetst aan het bestemmingsplan en de welstandsnota.
Ook wordt in deze beleidsregel (in hoofdstuk 5) een koers uitgezet omtrent grondpolitieke (strategische) beleidskeuzes.
Bestemmingsplan
Omdat het bestemmingsplan niet in de mogelijkheid voorziet om dergelijke masten te plaatsen, dient de aanvraag omgevingsvergunning ook de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ te omvatten. Als de afwijking van het bestemmingsplan niet kan worden opgelost met een binnenplanse of buitenplanse afwijking, is een aanvraag omgevingsvergunning met goede ruimtelijke onderbouwing (uitgebreide procedure) nodig. Overigens behoort ook een bestemmingsplanwijziging altijd nog tot de mogelijkheden.
Deze beleidsregel is een toetsingskader voor aanvragen omgevingsvergunning en/of verzoeken om bestemmingsplanwijziging. Het bevat criteria voor welstandstoetsing en voor een ruimtelijke toetsing.
Verklaring van geen bedenkingen
Bij een omgevingsvergunning uitgebreide procedure is ook een verklaring van geen bedenkingen nodig van de gemeenteraad. De raad kan op basis van artikel 2.27 Wabo juncto artikel 6.5 BOR categorieën van gevallen aanwijzen waarvoor deze verklaring van geen bedenkingen niet nodig is. Dit scheelt aanzienlijk in proceduretijd. Voorgesteld wordt om reclamemasten die binnen deze beleidsregel passen, aan te merken als categorie van geval waarvoor een verklaring van geen bedenkingen niet vereist is.
Reclameverordening Harderwijk 2010
Conform artikel 2 .van de ‘Reclameverordening Harderwijk 2010, moet er voor het plaatsen van handelsreclame een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘Handelsreclame’ worden aangevraagd. Op grond van artikel 2, lid 2 sub van deze verordening hoeft dit voor onverlichte handelsreclame op daarvoor aangewezen constructies. Met deze beleidsregel worden reclamemasten tevens aangewezen als een constructie als bedoeld in artikel 2, lid 2 sub b van de Reclameverordening Harderwijk 2010. Deze uitzondering (vergunningvrije reclame) geldt niet voor verwijsmasten
Aanvulling welstandsnota
In de huidige welstandsnota zijn er geen criteria opgenomen voor reclamemasten. Daarom wordt de welstandsnota aangevuld met specifieke welstandscriteria voor reclamemasten. Het is een bewuste keuze dat de in deze beleidsregel opgenomen toetsingscriteria geen ‘sneltoetscriteria’ zijn, geen ‘vinklijstje’ waarmee meteen duidelijk is wat wel en niet kan. Dit zou betekenen dat exact elke locatie tot op de vierkante meter voorgeschreven is, evenals hoe de mast er precies uit zou moeten zien. Dat is ongewenst, omdat hiermee geen enkele ruimte is voor ontwerpcreativiteit.
Deze systematiek past ook goed binnen de opzet van de welstandsnota. In de welstandsnota staan criteria opgenomen waar bouwwerken aan moeten voldoen als het gaat om uiterlijke vormgeving. In de welstandsnota zijn ook alleen voor veel voorkomende bouwwerken zoals dakkapellen en schuttingen standaard ‘smart’ criteria opgenomen. Masten langs de N302 en A28 zijn geen standaard bouwwerken. Met deze criteria geven we een kader, een prima handvat om een initiatief verder te kunnen uitwerken. De commissie Ruimtelijke Kwaliteit (welstandscommissie) geeft advies aan het gemeentebestuur over de aanvraag. De welstandsnota wordt aangevuld met de welstandscriteria zoals opgenomen in deze beleidsregel.