Onverminderd het bepaalde in deze beleidsregel bestaat de vergoeding als bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor zover betrekking hebbende op langsliggende leidingen, uit een vergoeding van de werkelijke kosten als bedoeld in artikel 7, eerste lid. Het aanpassingsverzoek moet dan zijn toegezonden of uitgereikt binnen vijf jaren na het van kracht worden van de door burgemeester en wethouders verleende vergunning of instemming voor de kabel of leiding.
Na het verstrijken van vijf jaren sinds het van kracht worden van de door burgemeester en wethouders verleende vergunning of instemming, wordt een gedeelte van de nadeel/schade geacht te vallen binnen het normale maatschappelijke risico. Er vindt daarom een aftrek plaats die als volgt wordt berekend:
Vergoedingspercentage langsleiding droge infrastructuur.
Vanaf het begin van het 6e jaar tot het einde van het 10e jaar daalt het vergoedingspercentage lineair van 80% naar 0% voor langsliggende leidingen waarbij de aanpassing wordt verzocht vanwege werken aan/langs droge infrastructuur.
Vergoedingspercentage langsleiding natte infrastructuur.
Vanaf het begin van het 6e jaar tot het einde van het 20e jaar daalt het vergoedingspercentage lineair van 80% naar 0% voor langsliggende leidingen waarbij de aanpassing wordt verzocht vanwege werken aan natte infrastructuur.
Indien aanpassing wordt verzocht vanwege werken aan/langs droge of natte infrastructuur, wordt na het verstrijken van tien respectievelijk twintig jaren sinds het van kracht worden van de door burgemeester en wethouders verleende vergunning of instemming geen nadeelcompensatie toegekend. De volledige schade wordt geacht te vallen binnen het normale maatschappelijke risico.
Hoofdstuk 3
Artikel 8:
Langsliggende leidingen
Onderdeel van Beleidsregel Nadeelcompensatieregeling Kabels en Leidingen gemeente Noordenveld