Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (verder: PW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (verder: IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (verder: IOAZ), de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) en de Gemeentewet.
In deze verordening wordt verstaan onder:
benadelingsbedrag: netto-uitkering waarop eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep wordt of is gedaan ten gevolge van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
bijstandsnorm: toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de PW, of grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de IOAW of artikel 5 van de IOAZ voor zover sprake is van een uiterking op grond van de IOAW of de IOAZ;
uitkering: algemene bijstand op grond van de PW of een uitkering op grond van de IOAW of de IOAZ.
Recidive: Belanghebbende maakt zich binnen 12 maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een verlaging op grond van de afstemmingsverordening of artikel 18 Participatiewet is opgelegd, of hiervan wordt afgezien op grond van een dringende reden opnieuw schuldig aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begrippen
Onderdeel van Maatregelverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2020