Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 10

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Maatregelverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2020

Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de PW wordt afgestemd op het benadelingsbedrag. De verlaging wordt vastgesteld op: 10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1000,-; 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1000,- tot € 2.000,-; 40% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,- tot € 4.000,-; 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000,- of hoger; 10% van de bijstandsnorm gedurende het aantal maanden dat eerder een beroep op bijstand is gedaan, in die gevallen waarbij sprake is van onverantwoord interen van vermogen. Hierbij geldt een maximum van 24 maanden. Het is mogelijk om het resterende recht op bijstand te verstrekken in de vorm van een geldlening zoals bedoeld in artikel 48, tweede lid, onderdeel b, van de Participatiewet. Dit kan tot aan de dag waarop, zonder het betoonde tekortschietende besef, recht op bijstand zou zijn ontstaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel