Vergunningvrij bouwen
Veel bouwwerken kunnen vergunningvrij worden gebouwd en zijn daarmee ook welstandsvrij. Dit betreft met name uitbreidingen en bijgebouwen bij bestaande gebouwen op het achtererf. Ook veel relatief kleine wijzigingen van bestaande bouwwerken zijn vaak vergunningvrij, denk aan dakkapellen (op het achterdakvlak) zonnepanelen, dakramen, erfafscheidingen en dergelijke. Omdat de criteria voor vergunningvrij bouwen behoorlijk complex kunnen zijn, adviseert de gemeente om vóór het uitvoeren van vergunningsvrije bouwplannen contact op te nemen met de gemeente, zodat advies en inlichtingen kunnen worden gegeven. Zo kan eventueel repressief (achteraf) ingrijpen door de gemeente worden voorkomen.
Vooroverleg
Indien voor een bouwwerk een omgevingsvergunning vereist is, is het mogelijk om eerst een vooroverleg/schetsplan in te dienen. Op basis van schetsplannen kan dan worden bepaald of een bouwplan past het bestemmingsplan en of het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Voordeel hiervan is dat er nog geen technisch uitgewerkt bouwplan gemaakt hoeft te worden gemaakt (wat wel vereist is bij een officiële aanvraag omgevingsvergunning). Er is bij vooroverleg echter nog geen sprake van een officiële aanvraag. Vooroverleg leidt dan ook niet tot gemeentelijke beslissingen waaraan een rechtsgevolg is verbonden. Dat ontstaat pas als de initiatiefnemer formeel de omgevingsvergunning aanvraag en daarop is beslist.
Welstandsadvisering
Elke aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ kan voor advies aan de commissie ruimtelijke kwaliteit (de welstandscommissie) worden voorgelegd (op grond van artikel 12b Woningwet en artikel 2.26 lid 3 Wabo juncto artikel 6.2 Bor).
De aanvraag kan worden geweigerd als deze niet voldoet aan de criteria in deze welstandsnota. Ten behoeve van de welstandstoets zorgt de behandelend ambtenaar voor de benodigde bescheiden om het bouwplan te kunnen toetsen. Relevante informatie voor het beoordelen van bouwplannen is o.a.:
het gemeentelijk welstandsbeleid (deze welstandsnota);
bestemmingsplanbepalingen;
beeldkwaliteitplannen;
ander gemeentelijk beleid;
andere relevante stedenbouwkundige visies;
(lucht)foto’s.
Artikel 2.5 van de ministeriële regeling omgevingsrecht geeft aan dat bij het indienen van bouwplannen de volgende bescheiden moeten worden aangeleverd ten behoeve van de welstandstoets:
tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past;
principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk;
kleurenfoto’s van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing;
opgave van de toe te passen bouwmaterialen en de kleur daarvan (uitwendige scheidingsconstructie); in ieder geval moet worden opgegeven het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten en boeidelen en de dakbedekking.
Ambtelijke toetsing
Per 1 maart 2013 is het Besluit omgevingsrecht gewijzigd (Stb. 2013, 75). In artikel 6.2 lid 1 van het Besluit omgevingsrecht is de verplichting om een bouwplan voor advies voor te leggen aan de commissie ruimtelijke kwaliteit vervangen door een bevoegdheid om een bouwplan voor advies voor te leggen. De gemeente kan ervoor kiezen om zelf (ambtelijk) de toetsing aan de welstandsnota te doen.
Ambtelijke toetsing bij veel voorkomende bouwwerken en reclames
De gemeente Harderwijk heeft ervoor gekozen om de welstandstoetsing van veel voorkomende kleine bouwwerken ambtelijk uit te voeren. Dit betekent dat deze bouwplannen niet meer voor advies voorgelegd worden aan de CRK. Specifiek gaat het om de veel voorkomende kleinere bouwwerken waar hoofdstuk 3 van deze welstandsnota criteria voor geeft.
De ambtelijke toets wordt uitgevoerd door de bouwplantoetser die de betreffende aanvraag omgevingsvergunning in behandeling heeft. De bouwplantoetser toetst het bouwplan aan de hand van de in hoofdstuk 3 van deze welstandsnota omschreven criteria. Als een plan aan deze criteria voldoet, dan wordt dit aangegeven in de beslissing op de vergunningaanvraag.
De plantoetser mag zowel een positief, als negatief advies uitbrengen. Bij twijfel kan de bouwplantoetser de commissie ruimtelijke kwaliteit alsnog om advies vragen
Ambtelijk toetsing indien er vooroverleg heeft plaatsgevonden
Wanneer een bouwplan bij een vooroverleg is geadviseerd door de CRK en het bouwplan wijkt bij de formele aanvraag niet af van het vooroverleg, of de opmerkingen zijn verwerkt in de aanvraag, dan wordt deze aanvraag niet nogmaals voorgelegd aan de welstandscommissie, maar ambtelijk verder afgedaan.
Ambtelijke toetsing, indien opmerkingen van de CRK zijn verwerkt in de aanvraag
Soms geeft de CRK een advies ‘akkoord mits’, of ‘niet akkoord tenzij’. Wanneer de aanvrager de gemaakte opmerkingen verwerkt in de aanvraag, wordt deze aanvraag niet nogmaals voorgelegd aan de welstandscommissie, maar ambtelijk verder afgedaan.
Toetsing aan Beeldkwaliteitsplan Waterfront-Waterfront-zuid
De gemeente Harderwijk en het Consortium Waterfront hebben gezamenlijk een supervisor aangesteld die zorg draagt voor de ruimtelijke kwaliteit van Waterfront-zuid. Alle ontwikkelde bouwplannen voor Waterfront-zuid worden getoetst door de supervisor Waterfront aan het beeldkwaliteitsplan Waterfront-Zuid. Indien de supervisor van oordeel is dat het bouwplan voldoet aan het beeldkwaliteitsplan Waterfront Zuid en daarmee ook voldoet aan redelijke eisen van welstand, wordt het bouwplan ambtelijk afgedaan. Indien de supervisor van mening is dat het bouwplan niet voldoet aan het beeldkwaliteitsplan vraag hij tevens advies aan de CRK, die hij in zijn eindadvies verwerkt.
Motivering van advies
Als de commissie ruimtelijke kwaliteit van mening is dat een plan (nog) niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, dan geeft ze een duidelijke schriftelijke motivering. Deze bevat een korte omschrijving van het ingediende plan in zijn omgeving, een verwijzing naar de van toepassing zijnde welstandscriteria en een samenvatting van de beoordeling van het plan op die punten.
De commissie geeft nauwkeurig aan waar en waarom een plan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. In de regel brengt de commissie binnen twee weken na de behandeling van een bouwplan advies uit aan burgemeester en wethouders. Als de bouwplantoetser van mening is dat het plan niet voldoet aan de welstandcriteria (zie ambtelijke toets) dan moet de bouwplantoetser dit duidelijk motiveren in de planbeoordeling van het betreffende bouwplan.
Afwijken van het welstandsadvies
Afwijken op welstandsgronden:
Burgemeester en wethouders mogen, mist met redenen omkleed, afwijken van het advies van de commissie ruimtelijke kwaliteit, of de bouwplantoetser. De redenen voor de afwijking worden bij de bekendmaking van het besluit vermeld. Burgemeester en wethouders bieden bij afwijking van een welstandsadvies op welstandsgronden eerst de commissie ruimtelijke kwaliteit de mogelijkheid tot heroverweging van het eerder uitgebrachte advies. Burgemeester en wethouders kunnen daarnaast-indien zij dat wenselijk achten-ook een second opinion aanvragen.
Afwijken om andere redenen: burgemeester en wethouders hebben conform art. 2.10 lid 1 sub d van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) de mogelijkheid om bij strijd van een bouwplan met redelijke eisen van welstand, toch de omgevingsvergunning te verlenen indien zij van oordeel zijn dat daarvoor andere zwaarwegende redenen zijn, bijvoorbeeld van economische of maatschappelijke aard. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de omgevingsvergunning gemotiveerd.
Second opinion
Indien de gemeente een second opinion aanvraagt, wordt dit gemeld aan de commissie.
Bij een second opinion wordt de aanvraag omgevingsvergunning voorgelegd aan een andere welstandscommissie buiten het werkgebied van de door de raad benoemde gemeentelijke welstandscommissie.
Indienen van bezwaar
Er staat geen rechtstreeks bezwaar open op het advies van de commissie ruimtelijke kwaliteit. Belanghebbenden kunnen wel bezwaar indienen tegen de beslissing van burgemeester en wethouders op de aanvraag voor een omgevingsvergunning (naar aanleiding van het welstandsadvies).