De subsidieverlening kan naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de in de Awb genoemde gevallen in ieder geval worden geweigerd indien gegronde redenen bestaan aan te nemen dat:
de activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op de gemeente dan wel niet aanwijsbaar ten goede komen aan de burgers van de gemeente;
de gelden niet of in onvoldoende mate besteedt zullen worden voor het doel waarvoor subsidie is aangevraagd;
de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden – hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden of door het vragen van bijdragen aan deelnemers– kan beschikken om de kosten van de activiteiten te financieren;
subsidieverstrekking anderszins niet past binnen het beleid van de gemeente.
Naast de in artikel 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde gevallen kan de subsidieverlening ook worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd op grond van de in het eerste lid onder a tot en met e genoemde gevallen.
Hoofdstuk
Artikel 10
Weigering- en intrekkinggronden
Onderdeel van Verordening tot wijziging van de Kaderverordening Subsidies Lisse 2009