Een verzoek tot vaststelling van de subsidie wordt uiterlijk 1 april na afloop van het schooljaar ingediend.
In alle gevallen, ook bij een subsidie lager dan € 50.000,00, is een accountantsverklaring verplicht.
Er wordt afgerekend op basis van feitelijk verkregen Rijksmiddelen in het schooljaar waarvoor de subsidie is verstrekt.
De subsidie wordt vastgesteld op basis van tekortfinanciering, rekening houdend met artikel 4.2 en 4.3 van deze Verordening. Eerst worden alle Rijksmiddelen aangewend die het schoolbestuur in het schooljaar van aanvraag heeft ontvangen:
Middelen OAB;
Impulsmiddelen;
Middelen voor leerlingen die korter dan 3 jaar in Nederland zijn.
Daarna wordt de subsidie vanuit de gemeente ingezet, waarbij een eventueel niet besteed bedrag dient te worden terugbetaald.
In de accountantsverklaring wordt opgenomen dat minimaal de volgende zaken zijn gecontroleerd:
Het aantal gewichtenleerlingen in het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Alle subsidievoorwaarden zoals gesteld in artikel 4.3 lid 5 van deze Verordening.
De berekening zoals gesteld in artikel 4.2 en 4.4 lid 4 van deze Verordening. Deze wordt opgenomen in de accountantsverklaring, dan wel op een separate bijlage voorzien van een stempel en een paraaf van de accountant.
Artikel 4.4
Aanvraag en vaststelling subsidie Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO)
Onderdeel van Verordening Subsidie VVE-TPO Gemeente Maastricht 2020 e.v.