Naar hoofdinhoud
Een verzoek tot vaststelling van de subsidie wordt uiterlijk 1 april na afloop van het schooljaar ingediend. Voor de schooljaren 2020-2021 en 2021-2022 geldt hierop een uitzondering. Het verzoek tot vaststelling van de subsidie voor schooljaar 2020-2021 wort uiterlijk 1 april 2022 ingediend. Het verzoek tot vaststelling van de subsidie voor het schooljaar 2021-2022 wordt uiterlijk 1 april 2023 ingediend. In alle gevallen, ook bij een subsidie lager dan € 50.000,00, is een accountantsverklaring verplicht. Er wordt afgerekend op basis van feitelijk verkregen Rijksmiddelen in het schooljaar waarvoor de subsidie is verstrekt. De subsidie wordt vastgesteld op basis van tekortfinanciering, rekening houdend met artikel 4.2 en 4.3 van deze Verordening. Eerst worden alle Rijksmiddelen aangewend die het schoolbestuur in het schooljaar van aanvraag heeft ontvangen: Middelen OAB; Impulsmiddelen; Middelen voor leerlingen die korter dan 3 jaar in Nederland zijn. Daarna wordt de subsidie vanuit de gemeente ingezet, waarbij een eventueel niet besteed bedrag dient te worden terugbetaald. In de accountantsverklaring wordt opgenomen dat minimaal de volgende zaken zijn gecontroleerd: De som van de achterstandsscores op de scholen in het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Alle subsidievoorwaarden zoals gesteld in artikel 4.3 lid 5 van deze Verordening. De berekening zoals gesteld in artikel 4.2 en 4.4 lid 4 van deze Verordening. Deze wordt opgenomen in de accountantsverklaring, dan wel op een separate bijlage voorzien van een stempel en een paraaf van de accountant.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel