De subsidieaanvrager vraagt de locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie aan voor 1 november in het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
De locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie wordt aangevraagd- en toegekend- per kalenderjaar;
De subsidie wordt aangevraagd op basis van het aantal peuters in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar dat op teldatum 1 oktober in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd staat ingeschreven op de gecertificeerde voorschoolse voorziening;
In afwijking van het gestelde onder lid 1 en 2 kunnen gecertificeerde voorschoolse voorzieningen, die in het verleden nog geen subsidie hebben ontvangen voor voorschoolse educatie, eenmalig de subsidieaanvraag indienen op een ander moment. De subsidie wordt dan verstrekt naar rato van het aantal maanden in het kalenderjaar waarvoor wordt aangevraagd, vanaf de datum waarop het College de aanvraag heeft ontvangen;
De subsidieaanvrager vraagt de locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie aan met een vastgesteld aanvraagformulier voor:
Extra formatie voorschoolse educatie (o.a. ten behoeve van taakuren, extra handen in de groep, gesprekken met ouders);
Extra formatie ten behoeve van de verbinding van de voorschoolse educatie in de knooppunten en het verder versterken van de samenwerking tussen kinderopvang en het primair onderwijs;
Inzet van één of meerdere derde(n) ten behoeve van het vergroten van de ouderbetrokkenheid;
Scholing en toetsing medewerkers op het gebied van taalniveau 3F/Speelplezier/VVE/kwaliteitszorg/Opbrengstgericht werken;
Coaching on the job;
Materialen VVE.
Artikel 2.2
Aanvraag en verlening locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie
Onderdeel van Subsidieverordening Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO)