Naar hoofdinhoud
Indien het niet mogelijk is een peuter te plaatsen op een kinderopvanglocatie naar keuze dienen de volgende stappen in acht genomen te worden: Peuters met een VVE-indicatie en/of kinderen met een SMI-indicatie hebben voorrang; De (locatie van de) gecertificeerde voorschoolse voorziening bekijkt samen met de ouder(s) of het mogelijk is de peuter (al dan niet tijdelijk of voor een bepaald aantal uur) op een andere locatie te plaatsen. Daarbij wordt rekening gehouden met de wens van de ouder(s) en de mogelijkheden van de kinderopvanglocaties. Bij het plaatsen van reguliere peuters op een (locatie van de) gecertificeerde voorschoolse voorziening wordt geen rangorde voorgeschreven. De locatie van de gecertificeerde voorschoolse voorziening bepaalt op basis van hun expertise de volgorde waarin peuters worden geplaatst waarbij het belang van de peuter doorslaggevend is. (locaties van de) gecertificeerde voorschoolse voorzieningen melden direct bij het College, vanaf het moment dat dit bekend is, dat er een (dreigende) wachtlijst is waarbij de volgende gegevens worden aangegeven: Vanaf wanneer is er een (dreigende) wachtlijst?. Hoeveel peuters staan er op de wachtlijst? Hoe lang bedraagt de wachttijd voor peuters? Hoeveel peuters van de wachtlijst hebben een VVE-indicatie en/of een SMI-indicatie? Zijn peuters van de wachtlijst doorverwezen naar een andere locatie van de gecertificeerde voorschoolse voorziening en/of een andere gecertificeerde voorschoolse voorziening?

Rechtspraak bij dit artikel