In aanvulling op artikel 7 van de ASV bevat de aanvraag voor kindgebonden subsidie:
Informatie over het aantal peuters per locatie (peildatum 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor kindgebonden subsidie wordt aangevraagd);
Een onderverdeling naar categorieën (WKO, niet-WKO, VVE-indicatie, geen VVE-indicatie);
De gecertificeerde voorschoolse voorziening bepaalt, aan de hand van door de ouders te verstrekken actuele inkomensgegevens, voor welke ouders zij in aanmerking wenst te komen voor een kindgebonden subsidie.
De gecertificeerde voorschoolse voorziening brengt bij ouders, die niet in aanmerking komen voor de Kinderopvangtoeslag (belastingdienst) een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in rekening en brengt deze in mindering op de gevraagde subsidie.
De gecertificeerde voorschoolse voorziening rapporteert per kwartaal cumulatief per geplaatste peuter de volgende gegevens en maakt hiervoor gebruik van een door de gemeente opgesteld format:
Voor- en achternaam peuter
Geboortedatum peuter
Startdatum
Einddatum, indien relevant
Primaire partner kinderopvang
Secundaire partner(s) kinderopvang
Naam organisatie kinderopvang
VVE-indicatie ja/nee
WKO/niet-WKO
Ouderbijdragen %
Aantal ingeschreven uren
Aantal uren feitelijke deelname
Aantal weken
Om het aantal ingeschreven uren, zo veel als mogelijk, te laten overeenkomen met de feitelijke deelname dient de gecertificeerde voorschoolse voorzieningen de volgende zaken in acht te nemen:
Indien de feitelijke deelname van een peuter 4 weken aaneengesloten afwijkt van de ingeschreven uren en/of indien blijkt dat de feitelijke deelname structureel afwijkt van de ingeschreven uren, past de gecertificeerde voorschoolse voorziening de ingeschreven uren aan naar de feitelijke deelname.
Per kwartaal overlegt de gecertificeerde voorschoolse voorziening een overzicht van het verschil tussen het totaal aantal ingeschreven uren van dat kwartaal ten opzichte van het totaal aantal uren feitelijke deelname. Indien het verschil tussen het totaal aantal ingeschreven uren in een kwartaal 10% of meer afwijkt van het totaal aantal uren van feitelijk deelname, levert de gecertificeerde voorziening de onderstaande gegevens aan:
De reden van de afwijking tussen igeschreven uren en feitelijke deelname;
De acties die de gecertificeerde voorschoolse voorziening heeft ondernomen om de ingeschreven uren te laten overeenkomen met de feitelijke deelname conform de bepalingen in lid 3 sub a van dit artikel.
De gecertificeerde voorschoolse voorziening vermeldt bij deze rapportage op locatieniveau het LRK-nummer en adres van de locatie.
De gecertificeerde voorschoolse voorziening voegt bij de rapportage een overzichtslijst toe op welke manieren de inkomens van ouders worden getoetst, op voorwaarde dat in de eigen administratie voor de eigen accountant terug te vinden is op welke wijze het inkomen van de ouders is getoetst en dit minimaal steekproefsgewijs door de accountant wordt gecontroleerd. Indien dit niet het geval is, dient per geplaatste peuter ook de soort inkomenstoets te worden vermeld.
De gecertificeerde voorschoolse voorziening geeft in een aparte rapportage aan welke kinderen ook na hun 4e jaar in aanmerking komen voor subsidie op grond van deze Verordening evenals de reden ervan conform de bepalingen van artikel 7 lid 4 t/m 7 van deze Verordening.
Voor het jaar 2020 geldt een uitzondering op de periodebepaling in het tweede en vierde lid van dit artikel.
Kwartaal 1: Januari, februari, maart
Kwartaal 2: april, mei, juni, juli
Kwartaal 3: augustus, september
Kwartaal 4: oktober, november, december
Het College is bevoegd bij nadere regeling de monitoringsgegevens te wijzigen dan wel uit te breiden.
Artikel 9
(Inhoud) subsidieaanvraag en monitoringsgegevens
Onderdeel van Verordening Kindgebonden Subsidie Voorschoolse Educatie Gemeente Maastricht 2020 e.v.