Naar hoofdinhoud
In de gemeente Altena zijn er inwoners die woonoverlast ervaren. Hierbij kan gedacht worden aan vervuilde woningen en/of tuinen, vervuiling van dieren of geluidsoverlast. Het kan hierbij om zowel strafbare- als niet strafbare feiten gaan. Ernstige overlast kan bij inwoners naast het verminderde woonplezier ook het gevoel van veiligheid bedreigen. Bij woonoverlast gaat het vooral om overlast tussen buurtbewoners onderling, vaak als gevolg van botsende leefstijlen. Sinds 1 juli 2017 is artikel 151d Gemeentewet van kracht. De burgemeester kan een last onder dwangsom of bestuursdwang opleggen bij langdurige en ernstige woonoverlast. De burgemeester kan bij deze lasten ook (gedrags)aanwijzingen geven aan de overtreder. Deze bevoegdheid van de burgemeester is een uiterst middel. Het kan pas worden ingezet als eerdere pogingen tot het beëindigen van de overlast met de overtreder van de koop- of huurwoning of erf niet tot resultaat hebben geleid. Deze bevoegdheid heeft de gemeenteraad in artikel 2:79 van de Algemene Plaatselijke Verordening Altena (hierna: APV) opgenomen. Indien bovenstaande beleidsinstrumenten de woonoverlast niet positief beïnvloedt of er kan geen gebruik worden gemaakt van artikel 2:79 APV heeft de burgemeester nog de bevoegdheid om de woning of ruimte op basis van artikel 174a Gemeentewet te sluiten. Met deze beleidsregel voorziet de gemeente Altena in een nadere invulling van de wetsartikelen. Binnen het district de Baronie worden dezelfde uitgangspunten op woonoverlast gehanteerd. De wetgever heeft de term ‘ernstige woonoverlast’ niet nader gedefinieerd en vooral beschreven aan de hand van voorbeelden van gedragingen die te kwalificeren zijn als (ernstige) woonoverlast. Het betreft daarmee een enigszins vaag containerbegrip met (in beginsel) een ruim toepassingsbereik. Vanwege het context gebonden karakter ervan is het onmogelijk om alle potentiële situaties van ernstige overlast op voorhand op te sommen. Ditzelfde geldt voor de wijze waarop situaties van ernstige overlast met toepassing van de bestuursdwangbevoegdheid van artikel 151d Gemeentewet effectief kunnen worden aangepakt; ook dit vergt steeds een maatwerkoplossing die zo goed mogelijk aansluit bij de individuele kenmerken en omstandigheden van het geval. In deze beleidsregel staat om die reden in hoofdlijnen beschreven in welke gevallen en onder welke voorwaarden de burgemeester gebruik zal maken van het opleggen van de bestuursrechtelijke herstelsanctie van de gedragsaanwijzing van artikel 151d of sluiting op grond van artikel 174a Gemeentewet. Ter verduidelijking van de te hanteren bestuurlijke gedragslijn beschrijft de beleidsregel daartoe eerst enige achtergrond bij de bevoegdheid van de artikelen 151d en 174a Gemeentewet. Vervolgens wordt het procedurele kader geschetst waarbinnen de burgemeester een afweging zal maken of en zo ja, op welke wijze de bevoegdheid tot het geven van een gedragsaanwijzing of de sluiting wordt toegepast en een concrete invulling krijgt. De beleidsregel beoogt bij te dragen aan verduidelijking van de in artikel 151d Gemeentewet en artikel 2:79, eerste lid, van de APV opgenomen zorgplicht van inwoners om geen ernstige hinder voor omwonenden te veroorzaken enerzijds en het vereiste van voorzienbaarheid, of te wel de mogelijkheid voor burgers om hun gedrag op de in artikel 2:79, eerste lid, van de APV opgenomen zorgplicht af te stemmen en aldus bestuursrechtelijk ingrijpen van de burgemeester op grond van artikel 151d Gemeentewet te voorkomen, anderzijds. Van groot belang is dat de bevoegdheid van de burgemeester tot het geven van een gedragsaanwijzing pas aan de orde is, indien de geconstateerde “ernstige en herhaaldelijke woonoverlast” niet op een andere geschikte wijze kan worden bestreden (artikel 151d, tweede lid, Gemeentewet). Daarnaast gaat de beleidsregel in op de bevoegdheid van de burgemeester om een woning of niet voor het publiek toegankelijk lokaal te sluiten op grond van artikel 174a Gemeentewet. Gelet op het karakter van deze beleidsregel, kan in bijzondere omstandigheden via de inherente afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 Awb worden afgeweken van de in deze beleidsregel beschreven gedragslijn. Tenslotte is bij de toepassing van deze beleidsregel van belang te onderkennen dat artikel 151d Gemeentewet een nieuwe bevoegdheid creëert; ten tijde van de vaststelling van deze beleidsregel bestaat met andere woorden nog geen bestendige, vaste bestuurlijke gedragslijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel