Burgemeester en wethouders kunnen de beschikking tot urgentie intrekken als de aanvrager:
niet langer als urgent woningzoekende is aan te merken;
bij zijn aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan hij wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren;
een aanbod voor een passende woning heeft geweigerd.
Hoofdstuk 3.
Artikel 9.