Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.1

begripsbepalingen

Onderdeel van Subsidieverordening Instandhouding Erfgoed Gouda 2020

In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder: ERFGOED monument: onroerende zaak die deel uitmaakt van het cultureel erfgoed 1 Definitie conform Erfgoedverordening Gouda 2017, resp. Erfgoedwet . monumentale waarden: waarden als zodanig beschreven in het Erfgoedregister, zo nodig aangevuld met de bevindingen die naar aanleiding van een bezoek ter plaatse van de monumentenadviseur van de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) zijn aangewezen én door de Erfgoedafdeling van de Gemeente Gouda als waardevol worden vastgesteld. Bij twijfel beslist het college op advies van de Commissie Cultuurhistorie. monumentale onderdelen: onderdelen met monumentale waarde. casco: betreft het skelet van het pand, zoals de daken, gevels, vloeren, galerijen, balkons, fundering en andere constructie-onderdelen, voorzover deze geen monumentale onderdelen betreffen. pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is gebouwd en/of aangelegd als zelfstandige eenheid. beeldbepalend pand: pand dat deel uitmaakt van het cultureel erfgoed vanwege haar verschijningsvorm in het stedenbouwkundig of architectonisch beeld. beeldbepalende onderdelen: monumentale onderdelen van beeldbepalende panden. Zie onder: “monumentale onderdelen”. beschermd gemeentelijk monument: monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister. beschermd gemeentelijk beeldbepalend pand: beeldbepalend pand dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister. ensemble: groep zaken bestaande uit een of meer monumenten die al dan niet in combinatie met cultuurgoederen gezamenlijk deel uitmaken van het cultureel erfgoed vanwege hun onderlinge samenhang. historisch waardevolle buitenruimte: gebied met tuinhistorische waarden, inclusief de onderlinge relatie tussen aanleg, gebouw en omgeving. stads- en dorpsgezicht: groep van onroerende zaken die deel uitmaakt van het cultureel erfgoed vanwege hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang. binnenstad: het gebied in Gouda dat bestaat uit het gebied dat is beschermd als stadsgezicht; ook bekend als de binnenstad en haar randen. kernwinkelgebied en functionele mixzones: het gebied in Gouda dat bestaat uit de percelen/panden die direct grenzen aan de straten: Kleiweg, Hoogstraat, Markt, Wijdstraat, Korte en Lange Groenendaal, Korte en Lange Tiendeweg, Zeugstraat, Sint Antoniestraat, Kleiwegstraat, Turfmarkt tot a/d Vrouwesteeg, Blauwstraat, Achter de Waag, Nieuwe Markt, Nieuwstraat, Agnietenstraat en Korte Vest. urgente, langdurig leegstaande, waardevolle panden: brede groep objecten, zoals rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en ~ beeldbepalende panden en ander beeldbepalend erfgoed zonder formele status. langdurige leegstand: er is in de zin van deze verordening sprake van langdurige leegstand, indien dit ten minste gedurende 1 jaar onafgebroken het geval is. ACTIVITEITEN normaal onderhoud (regulier of preventief onderhoud 2 preventief: Tijdig nemen van maatregelen om gebreken en/of onderhoudsproblemen te voorkomen ): noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behoud van de erfgoedwaarden. regulier onderhoud: zie “normaal onderhoud”. restauratie (bovennormaal of curatief 3 bovennormaal of curatief: Herstellen van gebreken, waarna deze niet meer (zullen) opspelen. onderhoud): herstelwerk aan monumenten dat het normale onderhoud te boven gaat en tot doel heeft het monument in goede staat te brengen met behoud van de erfgoedwaarden en de uitstraling van het oorspronkelijke of een vroeger ontwerp in het belang van de monumentale waarden te herstellen. Betreft in het algemeen het onderhouden en herstellen van de monumentale onderdelen. bovennormaal onderhoud: zie “restauratie”. cascoherstel (curatief onderhoud): herstelwerkzaamheden aan alle gebouwonderdelen die worden gerekend tot de dragende constructie of romp van een pand én die op zichzelf geen bijzondere monumentale waarde hebben. Zie ook “monumentale waarden”. Het betreft de aanpak van onderdelen die functioneren ten dienste of ter ondersteuning van de monumentale onderdelen en daarom noodzakelijk zijn om het monument en haar monumentale onderdelen in stand houden. Zie ook “casco”. reconstructie (correctief 4 correctief: Herstellen van gebreken waardoor schade is ontstaan of waardoor risico's (zijn) ontstaan. onderhoud): terugbrengen in de oorspronkelijke staat of in een vroegere verschijningsvorm. renovatie (adaptief 5 adaptief: Aanpassen die gewenst en/of noodzakelijk zijn om te kunnen blijven voldoen aan de wettelijke eisen die gesteld worden, dan wel onvermijdelijk zijn om de monumentale waarden in stand te houden. Betreft aanpassingen vanwege externe ontwikkelingen. of additief 6 additief: Aanpassen vanwege nieuwe of aangepaste functionele eisen.onderhoud): vernieuwen van een pand met het doel het te laten voldoen aan eigentijdse eisen op het gebied van: veiligheid, functionaliteit, comfort en duurzaamheid. reparatie: herstellen met zo weinig mogelijk middelen door middel van hergebruik, beperkte vervanging, verandering en/of toevoeging. reversibele aanpak: aanpak waarbij de mate waarin de aangebrachte of gewenste ingrepen, wijzigingen en/of toevoegingen: geheel (of gedeeltelijk) omkeerbaar zijn, of een op zichzelf staande herkenbare toevoeging betreffen, die dankzij de herkenbaarheid weer ongedaan kan worden gemaakt met behoud van de erfgoedwaarden. groot onderhoud: onderhoudsproject, waarbij aan een groot aantal verschillende elementen tegelijkertijd planmatig aan één gebouw worden onderhouden. onuitstelbaar restauratiewerk: restauratiewerk dat, wanneer het niet op korte termijn c.q. direct wordt uitgevoerd, leidt tot definitief verlies van de monumentale onderdelen en/of –waarden. planmatig onderhoud: onderhoud dat uitgevoerd wordt of zal worden, zoals specifiek omschreven in een onderhoudsplan. Zie “instandhoudingsplan”. urgentie: een maatstaf die aangeeft hoe lang het duurt tot een ingreep, probleem of wijziging een significante impact heeft op de monumentale waarde, dan wel op de instandhouding van het casco van het beschermde object. Impact en urgentie worden gebruikt om prioriteiten toe te kennen/te bepalen.. impact: de mate waarin een ingreep, probleem of wijziging effect heeft op de monumentale waarden dan wel op de instandhouding van het casco van het beschermde object. Impact en urgentie worden gebruikt om prioriteiten toe te kennen/te bepalen. inspectierapport: rapport dat de technische of fysieke staat van een beschermd monument of zelfstandig onderdeel beschrijft, en dat is opgesteld door een onafhankelijke, ter zake deskundige persoon of instantie. FINANCIEEL - SUBSIDIE instandhoudingssubsidie: subsidie die, na toekenning door het college, door de Gemeente Gouda wordt verstrekt aan particuliere eigenaren ten behoeve van het planmatig onderhoud – op basis van een instandhoudingsplan van het gemeentelijk monument of ~beeldbepalend pand. instandhoudingsplan: een overzicht van de onderhouds- en restauratiewerkzaamheden die gedurende een periode van tenminste 5 jaar nodig zijn om het gewenste technische kwaliteitsniveau te bereiken dan wel te handhaven (regulier of normaal onderhoud). Het overzicht betreft de aard, omvang, impact en de urgentie van de voorgenomen werkzaamheden. Een en ander voorzien van een omschrijving van de beoogde resultaten (bestek, besteksparagraaf of werkomschrijving) en een meerjarenbegroting. Het instandhoudingsplan is gebaseerd op een bouwkundig inspectierapport dat is opgesteld door bijvoorbeeld een deskundig erfgoedarchitect of door de Monumentenwacht. Het inspectierapport is op het moment van de subsidieaanvraag niet ouder dan 4 jaar. subsidiabele kosten: de kosten van de werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen ten behoeve van de instandhouding voor zover dat is bepaald in de ‘Richtlijn subsidiabele instandhoudingskosten erfgoed Gouda’ (zie bijlage I bij deze verordening). datum gereedmelding: de dag waarop de activiteit of de werkzaamheden die onder het besluit tot subsidieverlening vallen, is/zijn gereed gemeld bij de ODMH. herstelplan‘Gouda 750’: een overzicht van onderhouds- en restauratiewerkzaamheden die gedurende de periode tot 1 januari 2022 nodig zijn om het gewenste technische en/of esthetische kwaliteitsniveau te bereiken, conform de afspraken die daarover gemaakt zijn met de ODMH. Het overzicht betreft de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden, een omschrijving van de beoogde resultaten (bestek, besteksparagraaf of werkomschrijving) en een planning. Het “Herstelplan ‘Gouda 750’” is gebaseerd op een bouwkundige inventarisatie dat is opgesteld door de ODMH en de gemaakte afspraken op basis van de schouw 2017 en 2018. abonnement Monumentenwacht: het abonnement dat recht geeft op een periodieke inspectie en rapportage ten aanzien van een bepaald monument, uitgevoerd door de Monumentenwacht, teneinde zekerheid te krijgen dat het monument regelmatig grondig wordt geïnspecteerd en sneller kleine gebreken te ontdekken en vervolgschade te voorkomen. FINANCIEEL – LENING instandhoudingslening: een Stimuleringslening ten behoeve van de financiering van de door het college aanvaarde werkelijke kosten van maatregelen. gemeenterekening SVn: een fondsrekening waaruit de gemeente, op grond van haar deelnemingsovereenkomst met SVn, het recht op een aanvraag voor een Instandhoudingsleningen bij SVn kan toekennen. maatschappelijke meerwaarde: Meerwaarde voor de samenleving, zoals horeca met een vitale ontmoetingsfunctie voor buurt of wijk, gebouwen met functies die een extra impuls geven aan lokale werkgelegenheid, toegankelijkheid voor publiek, etc. ‘de markt’: Met dit begrip uit de economische wetenschap wordt in de zin van deze verordening gedoeld op het geheel van omstandigheden waaronder het gevraagde en het aangebodene verhandeld worden en waar een prijs ontstaat. RECHTSPERSONEN aanvrager: de huidige of aanstaande eigenaar die de aanvraag doet. Als aanvrager wordt mede aangemerkt de niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot of geregistreerd partner van de aanvrager. Bij twee of meer aanstaande eigenaren gelden beiden gezamenlijk als aanvrager. eigenaar: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of van een ander zakelijk recht heeft op een monument. particuliere eigenaar: een eigenaar, geen bedrijf of overheid zijnde, of een stichting zonder winstoogmerk. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda. raad: de gemeenteraad van de gemeente Gouda. ODMH: de Omgevingsdienst Midden-Holland voert taken uit op het gebied van de bouw- en woningtoezicht voor de gemeente Gouda. Hieronder valt ook de uitvoering van deze regeling. Monumentenwacht: een onafhankelijke onderhoudsadviseur, zonder winstoogmerk, die monumenteneigenaren en -beheerders onder meer helpt met en adviseert over de instandhouding van monumenten 7 Definitie conform artikel 1.1.1 en is gecertificeerd door de ERM. SVn: Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten, statutair gevestigd te Hoevelaken en kantoorhoudende te Amersfoort, financiële dienstverlener, geregistreerd onder AFM–vergunningnummer 12013647. ONDERZOEK historisch onderzoek: betreft in het algemeen al die onderzoeken die de geschiedenis van het ontstaan, de realisatie, het gebruik, de toegepaste technieken, etc. in beeld brengen en beschrijven, teneinde deze te kunnen waarderen en op basis daarvan vast te stellen welke effecten de voorgenomen ingrepen (kunnen) hebben. bouwhistorisch onderzoek: historisch onderzoek naar de bouw-, verbouwings- en gebruiksgeschiedenis van gebouwen, complexen van gebouwen of gebieden in hun ruimtelijke samenhang, aan de hand van de vorm, de constructies, de gebruikte materialen en de afwerking. Het onderzoek brengt in kaart hoe de oorspronkelijke situatie was, welke veranderingen er in de loop der tijd zijn aangebracht, en het beschrijft de bestaande situatie als uitkomst van die eerdere processen. De drie vormen van bouwhistorisch onderzoek zijn beschreven in de ‘Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek’. cultuurhistorisch onderzoek: historisch onderzoek naar de aanwezigheid, aard, betekenis en waarde van: in de bodem – op land en onder water - bewaarde sporen en resten van menselijke bewoning vanaf het eerste begin van de menselijke bewoning, historische gebouwen, erven, tuinen, parken en stedenbouwkundige structuren en landschappelijke elementen, gebieden en ruimtelijke patronen waarin de historische wisselwerking tussen mens en maatschappij enerzijds en de fysieke omgeving anderzijds tot uitdrukking komt: het historische landschap. Het gaat zowel om aangetoonde waarden als om waarden die op basis van onze kennis van ons verleden en onze omgeving verwacht mogen worden. De vorm en methode van cultuurhistorisch onderzoek, het maken van waardestellingen en de plaats van een onderzoek in een beheer- of verandertraject zijn beschreven in de ‘Richtlijn cultuurhistorisch onderzoek in de vormgeving van de ruimtelijke ordening’. tuinhistorisch onderzoek: historisch onderzoek naar de aanleg, veranderings- en gebruiksgeschiedenis van aanleggen in hun ruimtelijke samenhang, aan de hand van de vorm (ontwerp), onderliggende structuren en ideeën, de gebruikte materialen en beplanting en de afwerking. Het onderzoek brengt in kaart hoe de oorspronkelijke situatie was en welke veranderingen er in de loop der tijd zijn aangebracht, en het beschrijft de bestaande situatie als uitkomst van die eerdere processen. De vorm en methode van tuinhistorisch onderzoek, het maken van waardestellingen en de plaats van een onderzoek in een beheer- of verandertraject zijn beschreven in de ‘Richtlijnen tuinhistorisch onderzoek’.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel