**1..** Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1 of in een archeologisch verwachtingsgebied, zoals opgenomen op de erfgoedkaart Castricum, de bodem te verstoren van beschreven terreinen waarvoor gespecificeerde archeologiecriteria gelden, zoals omschreven in de Beleidsnota Archeologie gemeente Castricum (vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van de gemeente Castricum gehouden op 6 oktober 2011).
**2..** Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien:
Het een beperkte verstoring betreft van een archeologisch relevant gebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart en waarbij die verstoring plaats vindt in een archeologische verwachtingszone. Per gebied is vastgesteld vanaf welk verstoringsoppervlak archeologisch onderzoek verplicht is, bij kleinere bodemingrepen is geen onderzoek nodig. Hiervoor zijn 7 beleidscategorieën opgesteld, waarbij voor categorie 1 geen ontheffing geldt (provinciale monumenten). Voor de overige gebieden is dit als volgt:
Categorie 2 (gewaardeerde vindplaatsen/AMK-terreinen): archeologisch onderzoek vereist bij ingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 40 cm onder maaiveld;
Categorie 3 (verwachtingszone 1 en 8): archeologisch onderzoek vereist in plangebieden groter dan 100 m² en bodemingreep dieper dan 40 cm -mv; vrijstelling voor bodemingreep boven 4 meter +NAP;
Categorie 4 (verwachtingszone 2 t/m 7 en 9 t/m 11): ): archeologisch onderzoek vereist bij ingrepen groter dan 500 m² en dieper dan 40 cm onder maaiveld;
Categorie 5 (archeologische verwachtingszone 12: water en meerbodems): geen onderzoekseis/beperkingen;
Categorie 6 (archeologische verwachtingszone 13: Noordzee): noodzaak archeologisch onderzoek in overleg met Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed;
Categorie 7 (terreinen waar archeologie verstoord/opgegraven is; geen archeologische verwachting meer is): geen onderzoekseis/beperkingen zijn.
Door het uitvoeren van archeologisch onderzoek start de AMZ-cyclus (Archeologische Monumenten Zorg). Deze cyclus gaat over het stapsgewijs opsporen, waarderen en veiligstellen van archeologische resten en is opgebouwd uit zeven stappen. Na iedere stap wordt door de bevoegde overheid besloten of archeologisch vervolgonderzoek nodig is (selectiebesluit). De doorlooptijd van de AMZ-cyclus kan variëren van enkele weken tot meer dan een jaar.
In het geldende bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg;
Er sprake is van een activiteit zoals bedoeld in artikel 2.12 lid 1 en 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent monumentenzorg;
Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart;
Een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarden van het te verstoren terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijk dat:
Het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of
De archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of
In het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.