Naar hoofdinhoud
1.. Aan de ouders van een leerling die naar een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs gaat, wordt alleen een vergoeding toegekend als: het verzamelinkomen meer bedraagt dan € 26.550 en de kosten van het vervoer van die leerling hoger zijn dan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 4 genoemde afstand; het verzamelinkomen van de ouder(s) lager is dan € 26.550 per jaar. 2.. Als het college het vervoer zelf verzorgt of laat verzorgen, in plaats van een vergoeding in geld toe te kennen, dan betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage. Deze eigen bijdrage is gelijk aan de kosten van het openbaar vervoer over de afstand volgens artikel 14. Dit geldt alleen als het verzamelinkomen van de ouders meer bedraagt dan € 26.550,-. 3.. De kosten voor openbaar vervoer uit het eerste en tweede lid, betreffen de kosten die redelijkerwijs zouden worden gemaakt over de afstand volgens artikel 14. Dit geldt ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die de leerling kan krijgen. 4.. Het bedrag van € 26.550,- uit het eerste en tweede lid, wordt met ingang van schooljaar 2020/2021 jaarlijks aangepast. Dit gebeurt aan de hand van de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar. Het bedrag wordt naar beneden afgerond op een veelvoud van € 450,-. 5.. Indien een leerling na het begin van het schooljaar instroomt en/of uitstroomt, wordt de hoogte van de eigen bijdrage evenredig aangepast. 6.. Dit artikel geldt niet voor leerlingen, die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet in staat zijn om, - ook niet met begeleiding -, van het openbaar vervoer of het eigen vervoer gebruik te maken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel