**1..** Het college ziet af van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
**2..** Dringende redenen kunnen slechts gelegen zijn in onaanvaardbare sociale en/of financiële consequenties van een terugvordering voor de belanghebbende .Het moet dan gaan om incidentele gevallen , waarin iets bijzondere en uitzonderlijks aan de hand is en waarin een individuele afweging van alle relevante omstandigheden plaatsvindt.
**3..** Lichamelijke klachten en psychische klachten die al enige tijd bestaan en dus niet in het bijzonder het gevolg zijn van het boete besluit vormen op zichzelf geen dringende redenen.
**4..** Dat de belanghebbende in een schuldsaneringstraject wordt opgenomen vormt op zich geen dringende reden.
Hoofdstuk 4
Artikel 24