**1..** Het college informeert de raad over het lopende begrotingsjaar door middel van tussentijdse rapportages middels: de 1e bijstelling, de bestuursrapportage (inclusief 2e bijstelling) en de 3e bijstelling.
**2..** Het college biedt uiterlijk bij de 3e bijstelling van het lopen de begrotingsjaar, maar bij voorkeur bij de behandeling van de begroting, een 1e begrotingswijziging aan voor het nieuwe begrotingsjaar. Met deze 1e begrotingswijziging worden de nog niet verwerkte raadsbesluiten en eventueel andere tussentijdse ontwikkelingen (zoals de septembercirculaire) in de begroting van het nieuwe begrotingsjaar verwerkt.
**3..** De 1e en 3e bijstelling betreft uitsluitend een financieel technische bijstelling van het lopende begrotingsjaar in de vorm van een begrotingswijziging inclusief korte toelichting. Bij de 3e bijstelling wordt tevens een voorstel tot budgetoverheveling aangedragen.
**4..** In de bestuursrapportage informeert het college de raad over de voortgang van de voorgenomen doelstellingen, plannen en projecten in de vorm van een stoplichtenrapportage. Ook bevat de bestuursrapportage, indien nodig, een financieel technische bijstelling van het lopende begrotingsjaar in de vorm van een begrotingswijziging inclusief korte toelichting.
**5..** In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van programma’s, prioriteiten en investeringskredieten in de begroting groter dan € 20.000 toegelicht.
**6..** De Auditcommissie stelt jaarlijks op voorstel van het college en in afstemming met de griffie de P&C-kalender voor het komende begrotingsjaar met bijhorende termijnen vast.
Hoofdstuk 2.
Artikel 6.