Naar hoofdinhoud
Lid 1 Als in een kalenderjaar het wettelijk verlof (144 uur) geheel of gedeeltelijk niet is verleend, vervalt dit verlof na 12 maanden na het einde van dat kalenderjaar, tenzij de ambtenaar tot aan dat tijdstip om medische redenen redelijkerwijs niet in staat is geweest om het verlof op te nemen. Lid 2 Als in een kalenderjaar het bovenwettelijk verlof geheel of gedeeltelijk niet is verleend, verjaart dit verlof 60 maanden na het einde van het kalenderjaar. Lid 3 Als een medewerker een langere verlofperiode wil opnemen, bijvoorbeeld voor een loop-baanverlof (sabbatical) en daarvoor ook wettelijk verlof wil inzetten, kan hij het college verzoeken om af te zien van de vervaltermijn. De werkgever en de medewerker maken in onderling overleg hierover afspraken op basis van een onderbouwd schriftelijk verzoek van de medewerker.

Rechtspraak bij dit artikel