**1..** Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Awb, de Gemeentewet en het Burgerlijk Wetboek.
In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Participatiewet;
het college: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Tytsjerksteradiel;
de gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Tytsjerksteradiel;
de belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken (Algemene Wet Bestuursrecht) en welke in deze verordening ook wordt aangeduid met “hij” en “hem” en welke in de categorie aanduiding in artikel 2 nader is omschreven;
het toetsinkomen: een inkomen als bedoeld in artikel 31 en 32 van de PW, alsmede een uitkering voor de kosten van levensonderhoud als bedoeld in artikel 7, lid 1, sub b van de PW, dat niet meer bedraagt dan 110% van de voor belanghebbende van toepassing zijnde norm als bedoeld in paragraaf 3.2 en 3.3 van de PW voor de belanghebbende als bedoeld in hoofdstuk 2 van deze verordening. Voor de belanghebbende als bedoeld in hoofdstuk 3 van deze verordening geldt voor de ouder(s) of verzorger(s) een inkomensgrens van 120% van de voor hen van toepassing zijnde norm als bedoeld in paragraaf 3.2 en 3.3 van de PW. Voor de beoordeling van het inkomen in het kader van artikel 32 PW is onderdeel b van het eerste lid van dat artikel niet van toepassing;
het vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de PW, dat niet meer bedraagt dan de desbetreffende maximale bedragen;
de peildatum: de eerste van de maand waarin de aanvraag is ingediend;
de maatschappelijke participatie: het zo mogelijk in groepsverband deelnemen aan activiteiten van sportieve, sociaal-culturele of educatieve aard, als bedoeld in artikel 3 van deze verordening. Voor kinderen van 4 tot 18 jaar wordt voor het nastreven van het doel sociale uitsluiting tegen te gaan het Kindpakket, zoals die wordt uitgevoerd door Leergeld, Jeugdfonds Sport en Jeugdfonds Cultuur, ingezet;
de voorziening: de verstrekking die op grond van artikel 108 en artikel 149 van de Gemeentewet ten behoeve van een belanghebbende, bedoeld in hoofdstuk 2 van deze verordening, gedaan kan worden;
Leergeld: de landelijke organisatie die met behulp van vrijwilligers binnen lokale vestigingen verstrekkingen in natura op het gebied van onderwijs, sport, cultuur en welzijn geeft ten behoeve van kinderen van 4 tot 18 jaar uit gezinnen met een laag inkomen met het doel kinderen te kunnen laten meedoen;
Jeugdfonds Sport: de landelijke organisatie die sportkansen geeft aan kinderen van 4 tot 18 jaar die leven in gezinnen waar niet voldoende geld aanwezig is om lid te worden van een sportvereniging. Voor die kinderen betaalt Jeugdfonds Sport de contributie en in bepaalde gevallen de sportattributen;
Jeugdfonds Cultuur: de landelijke organisatie die zich ten doel stelt om financiële drempels weg te halen waardoor kinderen in achterstandsposities de kans krijgen om mee te doen door middel van actieve kunstbeoefening;
Kindpakket: de naam voor de verstrekkingen die de fondsen Leergeld, Jeugdfonds Sport en Jeugdfonds Cultuur in gezamenlijkheid kunnen doen ten behoeve van kinderen van 4 – 18 jaar uit gezinnen met een laag inkomen.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1