Naar hoofdinhoud
Indien een woning op het moment van de constatering van de politie feitelijk wordt bewoond, wordt, gelet op de vergaande inbreuk op de persoonlijke levenssfeer (woonrecht) als bedoeld in artikel 8 van het EVRM2 Artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden - Recht op eerbiediging van privé leven, familie- en gezinsleven. , in beginsel een bestuurlijke waarschuwing gegeven. De waarschuwing houdt in dat wanneer binnen drie jaar na de waarschuwing wederom een overtreding op grond van de Opiumwet wordt geconstateerd, er direct overgegaan wordt tot sluiting van de woning door middel van het toepassen van bestuursdwang. De waarschuwing is pandgebonden. Indien binnen drie jaar na het afgeven van de waarschuwing opnieuw een overtreding van de Opiumwet in of vanuit de woning plaatsvindt (dit kan ook door een andere persoon zijn dan degene die de waarschuwing heeft ontvangen) dan wordt er in beginsel alsnog overgegaan tot een sluiting. Indien er sprake is van verzwarende omstandigheden en spoedeisend optreden is vereist, kan de burgemeester besluiten om direct over te gaan tot sluiting van de woning. Of er sprake is van verzwarende omstandigheden blijkt uit de volgende feiten en omstandigheden: indicaties dat er sprake is van grootschalige (internationale) drugshandel; aanwezigheid van (zeer) grote hoeveelheden drugs; aantreffen handelsgeld en of aanwezigheid van (vuur)wapens en/of munitie; de omstandigheid dat de woning als ontmoetingsplek voor handelaren en/of gebruikers fungeert; dit kan bijvoorbeeld blijken uit politieobservaties of verklaringen van gebruikers, omwonenden, getuigen; overlast vanuit de woning; de vrees voor herhaling, bijvoorbeeld doordat er een concrete dreiging bestaat; overige feiten en omstandigheden in of rondom de woning. Van een sluiting kan worden afgezien indien er jonge kinderen in de woning woonachtig zijn en er op korte termijn geen vervangende woonruimte beschikbaar is, of indien er sprake is van zodanige medische omstandigheden van de bewoner dat een sluiting onevenredige gevolgen heeft.

Rechtspraak bij dit artikel