Het dagelijks bestuur weigert de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie vast te stellen indien:
de ouder of de partner reeds een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangt of kan ontvangen; of
de ouder of de partner niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel k of l van de wet.